Nieuwe EU-drinkwaternorm PFAS 2026: wat verandert er?
Op 12 januari 2026 gaat de nieuwe Europese drinkwaternorm voor PFAS in. Twee grenswaarden, strengere monitoring en discussie over gezondheidsadvies van het RIVM.
Vanaf 12 januari 2026 gelden in heel de Europese Unie de PFAS-grenswaarden uit de nieuwe drinkwaterrichtlijn (EU 2020/2184). Voor het eerst gelden er bindende, EU-brede grenswaarden voor PFAS in kraanwater. Lidstaten hebben deze deadline gebruikt om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Nederland deed dat via een wijziging van het Drinkwaterbesluit en het Besluit kwaliteit leefomgeving.
De norm bestaat uit twee parallelle parameters: een somnorm voor twintig specifieke PFAS-verbindingen (0,1 microgram per liter) en een vangnetnorm voor totaal-PFAS (0,5 microgram per liter). Volgens het RIVM voldoet het Nederlandse drinkwater al aan deze EU-normen. Tegelijk wijst het instituut erop dat de Europese grenswaarden ruim hoger liggen dan wat gezondheidskundig wenselijk is volgens de tolerabele wekelijkse inname (TWI) van de Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA.
In dit artikel staat wat de nieuwe norm precies inhoudt, hoe ze tot stand is gekomen, wat ze betekent voor drinkwaterbedrijven en consumenten, en welke kritiek er is op de gekozen waarden.
Achtergrond: waarom een EU-brede norm?
Voor de herziening van de drinkwaterrichtlijn in 2020 ontbrak in de meeste EU-landen een bindende drinkwaternorm voor PFAS. Sommige lidstaten, waaronder Nederland, Zweden en Denemarken, hanteerden eigen richtwaarden of voorlopige toetswaarden. Andere landen hadden helemaal niets. Dat leidde tot grote verschillen in beschermingsniveau binnen de interne markt.
De Europese Commissie koos voor harmonisatie via Richtlijn 2020/2184. PFAS werden opgenomen in bijlage I, omdat ze persistent, mobiel en wijdverspreid zijn en aantoonbaar schadelijk voor de gezondheid. Lidstaten kregen tot uiterlijk 12 januari 2023 om de richtlijn om te zetten in nationaal recht en tot 12 januari 2026 om alle parameters operationeel te toetsen.
Nederland heeft de implementatie geregeld in een wijziging van het Drinkwaterbesluit (Staatsblad 2022, 450) en aanvullende technische regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving door de tien drinkwaterbedrijven.
De twee grenswaarden uitgelegd
De nieuwe richtlijn biedt geen keuze tussen normen, maar verplicht tot toetsing aan beide:
| Parameter | Grenswaarde | Eenheid |
|---|---|---|
| Som van PFAS-20 | 0,1 | microgram per liter (µg/L) |
| Totaal-PFAS | 0,5 | microgram per liter (µg/L) |
De som van twintig PFAS betreft een vaste lijst die in bijlage III van de richtlijn staat. Hierop staan onder meer PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS, PFDA, PFBA, PFHxA, PFBS en GenX-gerelateerde stoffen. Deze twintig zijn gekozen omdat ze het meest worden aangetroffen, het best zijn onderzocht en omdat valide analysemethoden beschikbaar zijn. Hun gezamenlijke concentratie mag de 100 nanogram per liter (0,1 µg/L) niet overschrijden.
Totaal-PFAS is een vangnetparameter. Omdat er meer dan 10.000 PFAS-verbindingen bestaan en jaarlijks nieuwe op de markt komen, dekt deze parameter alles wat met geavanceerde technieken (zoals de TOP-assay of EOF-analyse) als organisch fluor meetbaar is. Hier geldt een grenswaarde van 500 nanogram per liter.
Wat verandert voor Nederlandse drinkwaterbedrijven?
Volgens brancheorganisatie Vewin voldeden de Nederlandse drinkwaterbedrijven al voor de inwerkingtreding aan de EU-grenswaarden. Toch heeft 2026 wel degelijk gevolgen. Vier veranderingen zijn relevant.
Ten eerste de verplichte somtoetsing. Voorheen werd in Nederland vooral naar individuele PFAS-stoffen gekeken via een algemene richtwaarde van 0,1 µg/L per stof. De nieuwe somnorm vergt een gestructureerde meetcampagne over alle twintig stoffen tegelijk en cumulatieve toetsing.
Ten tweede de uitgebreide monitoringsfrequentie. Drinkwaterbedrijven moeten PFAS minimaal jaarlijks meten, met hogere frequenties bij grotere productielocaties. De resultaten gaan naar de ILT en zijn openbaar via de jaarlijkse drinkwaterrapportage.
Ten derde de investeringen in zuivering. Bedrijven die afhankelijk zijn van oppervlaktewater dichtbij PFAS-hotspots investeren miljarden in poederkool, granulair actief kool en membraanfiltratie zoals omgekeerde osmose. Tussen 2016 en 2024 zijn de investeringen in de drinkwatersector verdubbeld tot bijna de helft van de jaaromzet, blijkt uit cijfers van Vewin. Dat werkt door in het tarief: het gemiddelde Nederlandse huishouden betaalde in 2026 ongeveer € 2,71 per kubieke meter, tien cent meer dan in 2025.
Ten vierde de verplichte risicobenadering. Voor het eerst moeten bedrijven een gedocumenteerde risicoanalyse maken van bron tot kraan, inclusief PFAS-bronnen in het intrekgebied. Dit komt voort uit de WHO-aanpak Water Safety Plan die in de richtlijn is verankerd.
RIVM versus EU: het gat tussen wettelijke norm en gezondheidsadvies
Een gevoelig punt: de EU-grenswaarden zijn niet rechtstreeks afgeleid van een gezondheidskundige risicoanalyse. Ze zijn historisch gegroeid en houden rekening met haalbaarheid van zuivering en analyse. De gezondheidskundige onderbouwing is later in beeld gekomen via de TWI van EFSA.
EFSA stelde in 2020 een tolerable weekly intake van 4,4 nanogram per kilogram lichaamsgewicht vast voor de som van vier PFAS (PFOA, PFNA, PFHxS, PFOS). Deze TWI is gebaseerd op effecten op het immuunsysteem van zuigelingen na blootstelling van de moeder. Volgens de WHO-aanbeveling zou maximaal 20 procent van die TWI mogen worden ingenomen via drinkwater.
Met die rekenregel komt het RIVM uit op een gezondheidskundige drinkwaterrichtwaarde van 4,4 nanogram per liter PFOA-equivalenten (PEQ), gebaseerd op relatieve potentiefactoren (RPF). Dat is ruim twintig keer strenger dan de EU-somnorm van 100 nanogram per liter. Het RIVM adviseert daarom drinkwaterbedrijven om naast de wettelijke norm ook deze gezondheidskundige streefwaarde te gebruiken bij sturing en innovatie. Meer over deze parallelle normering staat op de pagina PFAS in drinkwater.
Technische uitdagingen voor laboratoria
Het meten op zulke lage concentraties stelt zware eisen aan analysemethoden. De Europese norm NEN-EN 17892 beschrijft de gevalideerde meetmethode voor PFAS-20 met behulp van vloeistofchromatografie gekoppeld aan tandem-massaspectrometrie (LC-MS/MS). Voor totaal-PFAS bestaat nog geen Europese standaardmethode; de Commissie publiceerde in 2024 technische richtsnoeren waarin zowel TOP-assay als EOF wordt aanbevolen, mits deugdelijk gevalideerd.
Drinkwaterlaboratoria moeten daarom investeren in apparatuur, schone laboratoriumcondities (PFAS zit ook in plastics en kleding van analisten) en in opleiding. Detectiegrenzen rond 1 nanogram per liter per stof zijn nu standaard, maar voor het toetsen aan de RIVM-streefwaarde van 4,4 ng/L PEQ zijn nog lagere detectiegrenzen wenselijk. Laboratoria en kennisinstituten werken aan methoden met nog lagere detectiegrenzen.
Een tweede knelpunt is de samenstelling van het PFAS-mengsel. Bij gebruik van de relatieve potentiefactoren weegt PFOA niet hetzelfde mee als bijvoorbeeld PFBA. De somtoetsing moet dus stof-voor-stof gebeuren, vermenigvuldigd met de juiste factor. Dat vraagt aanvullende rekenrondes bovenop de standaardrapportage aan de ILT.
Wat als de norm wordt overschreden?
Bij een overschrijding van de wettelijke norm is het drinkwaterbedrijf verplicht dit direct bij de ILT te melden. De richtlijn voorziet in een gefaseerde aanpak met onderzoeksverplichting, kortetermijnmaatregelen, beheersmaatregelen en heldere consumentencommunicatie.
- Bron-onderzoek – herkomst van de overschrijding identificeren via stroomopwaartse metingen
- Tijdelijke alternatieven – bijvoorbeeld het inschakelen van een ander productiepompstation of het mengen met schoner water
- Aanvullende zuivering – uitbreiding met poederkooldosering, GAC-filters of omgekeerde osmose
- Communicatie – consumenten informeren via website, brief en eventueel huis-aan-huis
- Bron-aanpak – juridische actie richting de vervuiler in samenwerking met provincie, omgevingsdienst en Rijkswaterstaat
Tot nu toe (begin 2026) is in Nederland geen wettelijke overschrijding van de EU-norm gerapporteerd. Wel zijn er locaties waar de RIVM-streefwaarde van 4,4 ng/L PEQ regelmatig wordt overschreden, zoals in de regio Dordrecht (Chemours-omgeving) en delen van het IJsselmeergebied. Daarover is meer te lezen op de PFAS-kaart van Nederland en in het overzichtsartikel over PFAS in Nederland.
Bronnenaanpak en de bredere EU-PFAS-restrictie
De drinkwaternorm staat niet op zichzelf. Vewin benadrukt dat eindzuivering nooit voldoende zal zijn zolang de bronnen blijven lozen. De vereniging pleit consequent voor een bronaanpak via vergunningverlening, toezicht en een breed REACH-restrictievoorstel.
Dat REACH-voorstel werd in 2023 ingediend door Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden en Noorwegen bij ECHA en kan leiden tot een vrijwel algeheel verbod op productie en gebruik van non-essentiele PFAS-toepassingen. De wetenschappelijke comites RAC en SEAC behandelden het voorstel sectorgewijs; RAC stelde zijn eindoordeel in maart 2026 vast en SEAC publiceerde op 26 maart 2026 een ontwerpadvies dat tot 25 mei 2026 ter consultatie lag. Het definitieve SEAC-advies wordt eind 2026 verwacht.
Daarnaast werkt de EU aan herziening van de Kaderrichtlijn Water en de richtlijn voor stedelijk afvalwater. Ook daarin krijgen PFAS extra aandacht, vooral via lagere milieukwaliteitseisen voor oppervlaktewater. De Inspectie Leefomgeving en Transport doet sinds 2024 samen met Rijkswaterstaat, waterschappen en omgevingsdiensten onderzoek naar de bronnen van PFAS-lozingen in Nederland en toetst of vergunningen aan de minimalisatieplicht voldoen.
WHO-advies: nieuwe normbijstelling in 2026 of later
De Europese Commissie heeft de Wereldgezondheidsorganisatie gevraagd om een gezondheidskundig advies over PFAS in drinkwater. Dit WHO-advies wordt in de loop van 2026 verwacht en zal bepalen of de EU-grenswaarden worden bijgesteld. Vewin en RIVM gaan ervan uit dat de huidige somnorm van 0,1 µg/L op middellange termijn naar beneden gaat, mogelijk in lijn met de RIVM-streefwaarde.
Een aandachtspunt in die herziening is de probleemstof TFA (trifluorazijnzuur). TFA is een kort-keten PFAS dat als afbraakproduct van pesticiden en koudemiddelen in steeds hogere concentraties wordt aangetroffen in oppervlaktewater. Het is met huidige zuiveringstechnieken nauwelijks te verwijderen.
Wat consumenten zelf kunnen doen
De wettelijke norm geldt op het tappunt: het kraanwater dat uit de leidingen komt. Voor consumenten die hun blootstelling verder willen verlagen, zijn er enkele opties. Een actief-kool-waterfilter (gecertificeerd volgens NSF/ANSI 53 of de Europese norm KIWA-ATA) verwijdert de meeste lange-keten PFAS goed; korte-keten PFAS (zoals PFBA en TFA) vragen omgekeerde osmose voor effectieve verwijdering.
Wie zich zorgen maakt over de eigen omgeving kan de actuele meetwaarden van het drinkwaterbedrijf opvragen via de website of via de jaarlijkse waterkwaliteitsrapportage. Een waarneming van mogelijke vervuilingsbronnen, lozingen of afwijkingen kan worden doorgegeven via een melding op deze website, zodat we het op de PFAS-kaart kunnen toevoegen en signaleren bij bevoegde gezagen.
Drinkwaterbedrijven blijven daarnaast aanspreekbaar op informatieverstrekking. Volgens artikel 17 van de richtlijn moeten zij actuele kwaliteitsgegevens online publiceren, inclusief PFAS-resultaten op stof-niveau. De Nederlandse drinkwaterbedrijven publiceren hun PFAS-meetresultaten op hun websites.
Veelgestelde vragen
Wanneer gaat de nieuwe EU-drinkwaternorm voor PFAS in?
Welke PFAS-stoffen vallen onder de som-norm van 0,1 microgram per liter?
Voldoet het Nederlandse kraanwater al aan de nieuwe EU-norm?
Waarom is de EU-norm hoger dan de RIVM-streefwaarde?
Wat gebeurt er als een drinkwaterbedrijf de norm overschrijdt?
Maakt mijn drinkwaterbedrijf de PFAS-meetresultaten openbaar?
Wordt de EU-norm in 2026 nog strenger?
Helpt een waterfilter thuis tegen PFAS in kraanwater?
Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?
Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.
Rapport aanvragen — €9,95Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.
PFAS-locatie ontdekt?
Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.