PFAS in Nederlandse afvalverwerking: AVR, Twence, ARN
Nederlandse afvalverbranders verwerken jaarlijks miljoenen tonnen huishoudelijk en industrieel afval, maar PFAS overleeft de standaard verbrandingstemperatuur. Wat doen AVR, Twence en ARN?
Nederlandse afvalverbrandingsinstallaties (AVI's) verwerken jaarlijks bijna acht miljoen ton restafval. Een groot deel van dat afval bevat PFAS: van pizzadozen met vetwerende coating en regenkleding tot industriele restproducten. Bij de standaard verbrandingstemperatuur van 850 graden Celsius worden veel PFAS-verbindingen niet volledig afgebroken. Onderzoek van het RIVM laat zien dat residuen terugkomen in vliegas, bodemas en rookgas.
De drie grootste spelers in de Nederlandse afvalverwerking - AVR (Rotterdam, Duiven), Twence (Hengelo) en ARN (Weurt bij Beuningen) - staan daardoor steeds meer onder de loep van toezichthouders, omgevingsdiensten en omwonenden. Dit artikel zet op een rij wat er bekend is over PFAS-stromen door deze installaties, welke maatregelen worden genomen en welke vragen nog open staan voor 2026.
De problematiek is technisch complex maar maatschappelijk urgent. Want zolang PFAS niet volledig wordt vernietigd, blijven de stoffen in de keten zitten - in de bodemas die wordt hergebruikt in wegfundering, in de vliegas die naar speciale stortplaatsen gaat, en mogelijk via rookgassen in de leefomgeving rond de installaties.
Waarom verbranden geen oplossing is voor PFAS
PFAS staan bekend als forever chemicals omdat ze in het milieu nauwelijks afbreken. De extreem sterke koolstof-fluor-binding maakt deze stoffen ook hittebestendig. Volgens een notitie van het RIVM (2023, in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport) breken de meeste PFAS pas grotendeels af bij temperaturen vanaf 1100 graden Celsius. Perfluormethaan, de meest stabiele PFAS, is zelfs pas bij 1440 graden volledig vernietigd.
Het probleem: standaard Nederlandse afvalverbrandingsinstallaties werken volgens de wettelijke minimumeis van 850 graden gedurende minimaal twee seconden. Die temperatuur volstaat om dioxines af te breken en organische stoffen te oxideren, maar is te laag voor volledige PFAS-destructie. Daarmee komt een deel van de PFAS terecht in de drie eindstromen van een AVI: rookgassen, bodemas en vliegas.
Het RIVM beveelt al sinds 2023 aan om PFAS structureel te meten in rookgassen van AVI's. In Nederland gebeurt dat tot op heden niet routinematig - alleen bij verdenking of incidenten. Bij de Belgische installatie van Indaver in Antwerpen zijn wel uitgebreide metingen gedaan, met aantoonbare PFAS-emissies in zowel lucht als depositie rond de installatie. Meer achtergrond over de chemische eigenschappen leest u in het artikel PFAS als forever chemicals: waarom afbraak zo moeilijk is.
AVR: grootste verwerker, twee locaties
AVR is de grootste afvalverbrander van Nederland met installaties in Rotterdam-Botlek en Duiven (Gelderland). Samen verwerken deze locaties circa 1,7 miljoen ton restafval per jaar. AVR produceert daarnaast stoom voor industriele afnemers en vangt sinds 2019 CO2 af voor levering aan glastuinbouw.
Juist die CO2-afvang riep vragen op over PFAS. Een literatuurstudie van het RIVM concludeert dat het onwaarschijnlijk is dat PFAS in de gewonnen CO2-stroom uit rookgassen van AVI's terechtkomt. Wel signaleert het RIVM dat in het rookgas mogelijk sterke PFAS-broeikasgassen (tetrafluormethaan en hexafluorethaan) worden gevormd, en beveelt het metingen aan. Dit blijft een aandachtspunt voor de omgevingsvergunning.
De vergunning voor de Botlek-locatie wordt afgegeven door DCMR Milieudienst Rijnmond. AVR Duiven valt onder de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA). Het beleid voor zorgstoffen in afval is bovendien herzien: sinds 30 december 2025 geldt het Circulair Materialenplan (CMP) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, dat het LAP3 vervangt.
Twence Hengelo: hoge PFAS-druk in de regio
Twence verwerkt op haar locatie aan de Boldershoekweg in Hengelo enkele honderdduizenden tonnen restafval per jaar, plus biomassa en rioolslib. De regio Twente staat onder verhoogde PFAS-druk: het waterschap Vechtstromen meldde in december 2025 opvallend hoge PFAS-concentraties op de rioolwaterzuiveringen Hengelo en Nijverdal, in dezelfde orde als op de bekende hotspots Dordrecht en Bath. De bron in het Hengelose riool is nog niet gevonden; het waterschap heeft het onderzoek uitgebreid naar al zijn zuiveringen.
Voor Twence zelf gelden de standaardnormen voor afvalverbranding. De installatie heeft moderne rookgasreiniging met onder andere actieve-koolinjectie en doekenfilters. Voor PFOS en PFOA is actief kool theoretisch effectief, maar voor kortere keten-PFAS (zoals GenX/HFPO-DA) is de filterefficientie lager. Specifieke metingen voor PFAS in de rookgassen van Twence zijn niet openbaar beschikbaar.
De aandacht in Hengelo richt zich momenteel vooral op andere installaties dan Twence: bij de Asfalt Centrale Twente (ACT) in Hart van Zuid signaleerde de Omgevingsdienst Twente in september 2025 emissieovertredingen voor PAK, benzeen en formaldehyde. De gemeente Hengelo eiste dat de uitstoot voor 1 maart 2026 op orde zou zijn, op straffe van een dwangsom van een miljoen euro; ACT vroeg in februari 2026 vergunning aan voor een permanente Environox-rookgasreiniging. Dat dossier illustreert hoe streng provinciale toezichthouders momenteel kijken naar industriele uitstoot in Twente.
ARN Weurt: slibverbranding en bodemas
ARN BV in Weurt (gemeente Beuningen, vlakbij Nijmegen) is een afvalenergiecentrale die circa 300.000 ton huishoudelijk en bedrijfsafval per jaar verbrandt. Daarnaast heeft ARN een aparte slibdroog- en verbrandingsinstallatie waar zuiveringsslib van waterschappen wordt verwerkt - en juist dat slib bevat doorgaans verhoogde PFAS-concentraties.
RIVM-onderzoek (notitie Zorgstoffen in afvalstoffen, juli 2024) wijst erop dat PFAS via riolering en industriele afvalwaterzuivering geconcentreerd raakt in zuiveringsslib. Bij verbranding wordt PFAS niet volledig afgebroken en kan het in bodemas aanwezig zijn, afhankelijk van de samenstelling van het ingangsmateriaal.
Dat is relevant omdat bodemas in Nederland sinds 2020 wordt hergebruikt als bouwstof in wegfundering en geluidswallen, mits het voldoet aan de uitlooging-eisen uit het Besluit bodemkwaliteit. PFAS valt momenteel nog niet onder de standaardparameters voor bodemas-certificering, maar verschillende waterschappen en omgevingsdiensten dringen aan op opname in 2026 of 2027. Meer over deze regels leest u in PFAS, Omgevingswet en grondverzet.
Vliegas, bodemas en eindverwerking
Bij verbranding van een ton restafval blijft circa 200-250 kg bodemas en 25-40 kg vliegas over. Vliegas is de fijnere fractie die uit de rookgasreiniging wordt afgevangen. Vanwege hogere concentraties zware metalen en organische microverontreinigingen (waaronder PFAS) wordt vliegas in Nederland aangemerkt als gevaarlijk afval. Het gaat naar speciale stortlocaties (zoals Duitse zoutmijnen of de C2-stortplaats op de Maasvlakte).
Bodemas is grover en bevat metalen die worden teruggewonnen via magneten en wervelstroomscheiders. Daarna wordt de minerale fractie gebruikt als ophoogmateriaal of in beton. Het probleem: de uitlooging van PFAS uit bodemas is nog onvoldoende onderzocht onder Nederlandse veldcondities.
Het Circulair Materialenplan besteedt expliciet aandacht aan zorgstoffen in afvalstromen. Denkbaar is dat PFAS op termijn onder een aparte normstelling voor secundaire bouwstoffen komt te vallen, vergelijkbaar met de eerder ingevoerde toepassingswaarden voor grond (landelijke achtergrondwaarde 1,4 microgram per kilogram droge stof voor PFOS en 1,9 voor PFOA volgens het handelingskader van het ministerie van IenW).
Toezicht en transparantie: wat ontbreekt nog?
Toezicht op PFAS-emissies van AVI's loopt via meerdere lagen. Op rijksniveau adviseren RIVM en ILT; vergunningverlening en handhaving liggen bij provincies en omgevingsdiensten. In de praktijk worden PFAS-rookgasmetingen alleen gedaan bij verdenking, niet als routine.
De Vereniging Afvalbedrijven (waarin AVR, Twence en ARN zijn verenigd) pleit voor een eenduidig meetprotocol en een Europese harmonisatie van PFAS-grenswaarden. Tegelijk adviseert het RIVM om PFAS in rookgassen van AVI's daadwerkelijk te gaan meten; een gestandaardiseerde meetmethode is daarvoor nog in ontwikkeling.
Op termijn gelden bovendien strengere PFAS-regels voor de Nederlandse industrie als gevolg van het EU-restrictievoorstel dat door Nederland mede is ingediend bij ECHA. Voor de afvalverwerkingsbranche betekent dit dat ze op termijn ook moeten kunnen rapporteren welke PFAS in welke hoeveelheden binnenkomen en eruit gaan - een forse uitdaging gezien de heterogene samenstelling van huishoudelijk afval.
Wat omwonenden kunnen doen
Voor omwonenden van AVI's is informatie over PFAS-emissies vaak moeilijk vindbaar. De omgevingsvergunningen liggen bij de provincie of omgevingsdienst en zijn opvraagbaar via een Wob/Woo-verzoek. Voor de Botlek loopt dit via DCMR, voor Hengelo via Omgevingsdienst Twente, voor Weurt via Omgevingsdienst Regio Nijmegen (ODRN).
Wie vermoedt dat een afvalverwerkende activiteit in de buurt PFAS heeft verspreid - bijvoorbeeld via stof, blusoperaties of historische lozingen - kan een melding doen via de meldingsfunctie van PFASkaartNederland.nl. Bevestigde locaties komen op de interactieve kaart en voeden zo het landelijke beeld van PFAS-hotspots. Ook kunnen omwonenden eigen bloed- of bodemonderzoek laten doen; commerciele laboratoria leveren PFAS-screenings tegen betaling.
Vooruitblik: wat verandert er in 2026?
Drie ontwikkelingen zullen de PFAS-discussie rond AVR, Twence en ARN in 2026 stevig bepalen. Ten eerste is het Circulair Materialenplan sinds eind december 2025 in de plaats gekomen van het LAP3, met expliciete aandacht voor zorgstoffen in afvalstromen. Ten tweede dringt het RIVM aan op daadwerkelijke metingen van PFAS in rookgassen, waardoor metingen vergelijkbaar worden en eventueel een grenswaarde mogelijk wordt.
Ten derde werkt ECHA aan een definitieve EU-restrictie op de productie en het gebruik van PFAS, met uitzonderingen voor essentiele toepassingen. Dat verlaagt op termijn de PFAS-instroom in afval, maar de bestaande voorraad in producten blijft de komende decennia in afvalstromen terechtkomen. Zo komt de zogenoemde legacy-belasting van PFAS langzaam de afvalketen binnen via levenscyclus-emissies.
Voor AVR, Twence en ARN betekent dit dat zij investeringen zullen moeten plannen in geavanceerdere rookgasreiniging, slibvoorbehandeling en monitoring. Sommige partijen bekijken ook of slibverbranding bij hogere temperaturen (richting 1100 graden) technisch en economisch haalbaar is. Tot die tijd blijft het Nederlandse afvalverbrandingssysteem onbedoeld een schakel in de PFAS-keten - geen oplossing, maar onderdeel van het probleem.
Veelgestelde vragen
Worden PFAS volledig vernietigd bij afvalverbranding?
Komt PFAS uit AVR-rookgassen bij de gewonnen CO2 voor de glastuinbouw?
Mag bodemas met PFAS gewoon in wegfundering?
Wat is het verschil tussen vliegas en bodemas?
Verwerkt ARN in Beuningen ook PFAS-houdend slib?
Hoeveel PFAS staat er in de bodemas van een Nederlandse AVI?
Worden PFAS-emissies van AVR, Twence en ARN structureel gemeten?
Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?
Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.
Rapport aanvragen — €9,95Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.
PFAS-locatie ontdekt?
Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.