Regelgeving & Recht

PFAS-bodemnormen: indicatieve waarden vs interventiewaarden

PFAS-bodemnormen: indicatieve waarden vs interventiewaarden

Wat is het verschil tussen INEV's, maximale waarden en interventiewaarden voor PFAS in de bodem? Een overzicht van de Nederlandse normen 2025-2026 met cijfers en bronnen.

Voor PFAS in de Nederlandse bodem bestaat geen enkele norm, maar een gelaagd stelsel van toetsingswaarden. Wie een bodemonderzoek leest, ziet termen als achtergrondwaarde, maximale waarde, indicatief niveau voor ernstige verontreiniging (INEV) en interventiewaarde langskomen. Elk van die waarden heeft een eigen functie en een eigen wettelijke status.

Het onderscheid is geen formaliteit. De ene waarde bepaalt of grond hergebruikt mag worden in een wegcunet, de andere of de bodem onder een woonwijk gesaneerd moet worden. Tussen die twee uitersten zitten verschillen van factor tien tot honderd in microgram PFAS per kilo droge stof.

Dit artikel zet de Nederlandse bodemnormen voor PFAS op een rij, met de actuele cijfers uit het tijdelijk handelingskader van december 2023 en de RIVM-memo's van 2025. Voor de huidige meetpunten in uw eigen omgeving kunt u de PFAS-kaart van Nederland raadplegen.

Waarom Nederland geen wettelijke interventiewaarde voor PFAS heeft

Voor stoffen als lood, zink en minerale olie staan de interventiewaarden al decennia in de Circulaire bodemsanering en sinds 2024 in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor PFOS, PFOA en GenX is dat niet het geval. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft tot op heden geen formele interventiewaarden voor PFAS vastgesteld.

Dat betekent niet dat er geen toetsing plaatsvindt. Bevoegde gezagen, zoals omgevingsdiensten en gemeenten, gebruiken in plaats daarvan de zogeheten Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV's). Die werden in 2020 door het RIVM afgeleid en functioneren in de praktijk als voorlopige interventiewaarde.

De juridische status verschilt wel. Een wettelijke interventiewaarde is bindend bij de beoordeling of een verontreiniging gesaneerd moet worden. Een INEV is een advieswaarde: het bevoegd gezag mag ervan afwijken als lokale omstandigheden dat rechtvaardigen. In de uitvoeringspraktijk wordt het INEV vrijwel altijd als drempel gehanteerd. Het RIVM publiceert de actuele INEV-tabellen op zijn website.

De drie lagen van het Nederlandse normenstelsel

Het stelsel kent drie hoofdcategorieën, die elk een ander doel dienen. Onderstaande tabel vat de logica samen.

Type waardeDoelStatusVastgesteld door
AchtergrondwaardeSchone grond, vrij toepasbaarWettelijk (Bbk/Bal)IenW
Maximale waarde toepassingHergebruik grond en baggerTijdelijk handelingskaderIenW (na RIVM-advies)
Risicogrens / INEVBeoordeling humaan/eco-risicoAdvieswaardeRIVM
InterventiewaardeSaneringsnoodzaakWettelijk (nog niet voor PFAS)IenW

Een partij grond met 0,5 microgram PFOS per kilo zit boven de achtergrondwaarde, maar onder de maximale toepassingswaarde van 3 microgram per kilo. Hergebruik op landbouwgrond is dus toegestaan. Pas bij overschrijding van de INEV (110 microgram per kilo voor PFOS, 1.100 voor PFOA en 97 voor GenX in de versie van 2020; het RIVM heeft inmiddels lagere risicogrenzen van 59, 60 en 57 microgram per kilo berekend) komt een sanering in beeld.

De maximale waarden uit het handelingskader 2023

Het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie is sinds 1 januari 2024 van kracht. Het werd gelijktijdig met de Omgevingswet ingevoerd en stelt grenzen aan welke grond waar mag worden toegepast.

De landelijke maximale waarden voor toepassing op landbouw of natuur bedragen volgens het handelingskader: 1,4 microgram per kilo droge stof voor PFOS, 1,9 microgram per kilo voor PFOA en 1,4 microgram per kilo voor de som van overige PFAS. Voor toepassing in industrie- en bouwsituaties liggen de waarden hoger, tot ongeveer 3, 7 en 3 microgram per kilo voor respectievelijk PFOS, PFOA en overige PFAS.

Bevoegde gezagen mogen lokaal hogere of lagere waarden hanteren als bodemkwaliteitskaarten dat rechtvaardigen. Provincies en gemeenten in onder andere Zuid-Holland en Brabant hebben gebiedsspecifieke kaders opgesteld die afwijken van het landelijke kader. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) beheert het overzicht van geldende toepassingswaarden.

INEV's: van risicogrens naar bevoegd gezag

De INEV's voor PFOS, PFOA en GenX zijn afgeleid van risicogrenzen die het RIVM in 2021 publiceerde en in 2025 actualiseerde. Een risicogrens is de concentratie waarbij blootstelling aan PFAS via bodem, gewassen en grondwater nog acceptabel is. Bij overschrijding gaan de berekende dagelijkse innames boven de gezondheidskundige grenswaarde van EFSA uit.

De INEV's van 2020 waren nog vooral bepaald door ecologische risicogrenzen. Na de nieuwe gezondheidskundige grenswaarde van EFSA (2020) berekende het RIVM de humane risicogrenzen opnieuw, voor het blootstellingsscenario wonen met tuin. Die vallen lager uit:

StofINEV 2020Risicogrens RIVM 2021 (wonen met tuin)
PFOS110 µg/kg59 µg/kg
PFOA1.100 µg/kg60 µg/kg
GenX97 µg/kg57 µg/kg

Voor grondwater gaf het RIVM twee risicogrenzen: een inclusief consumptie van ruw grondwater (9,9 nanogram per liter voor PFOS, 20 voor PFOA en 330 voor GenX) en een veel hogere waarde exclusief consumptie. Het RIVM publiceerde in september 2025 een geactualiseerde memo risicogrenzen versie 1.2, waarin een ecologische waarde voor PFOS is gecorrigeerd.

Het verschil tussen risicogrens, INEV en interventiewaarde

In de praktijk worden de termen door elkaar gebruikt, maar ze betekenen iets anders. Een risicogrens is een wetenschappelijk berekende waarde, puur gebaseerd op toxicologie en blootstellingsmodellen. Het RIVM levert die.

Een INEV is een beleidsvertaling van die risicogrens, vastgesteld als advies aan bevoegd gezag. Een interventiewaarde is de wettelijk vastgestelde grens voor sanering. Bij PFAS bestaan stappen 1 en 2, maar stap 3 dus nog niet.

Tussen risicogrens en interventiewaarde zit ook beleidsruimte. Het ministerie kan bij vaststelling van een interventiewaarde rekening houden met achtergrondconcentraties (door diffuse depositie zit er overal in Nederland al wat PFAS in de bodem) en met haalbaarheid van saneringen. Een zeer lage interventiewaarde zou betekenen dat grote oppervlakten grond formeel ernstig verontreinigd zijn. Daarom verloopt vaststelling traag.

Bodemfuncties: waarom dezelfde stof verschillend wordt beoordeeld

Een belangrijk principe in het Nederlandse bodembeleid is functiegericht beoordelen. Dezelfde concentratie PFOS heeft een ander risico in een woonwijk dan onder een industrieterrein. Bij wonen spelen blootstelling van kinderen via grondinname (handen-mond-contact) en groente uit eigen tuin een rol. Bij industrie is de directe blootstelling kleiner.

Het RIVM hanteert daarom voor risicoberekeningen vier hoofdfuncties: landbouw/natuur, moestuin, wonen met tuin en industrie. Voor moestuinen kan een aparte beoordeling nodig zijn omdat de gewasopname van PFOA en bepaalde korte-keten PFAS hoger ligt dan eerder werd aangenomen. Het moestuinonderzoek van het RIVM rond Chemours liet zien dat bladgroenten meer PFAS bevatten dan knol- en wortelgewassen.

Voor concrete tuin-tips, zie het achtergrondartikel PFAS in de moestuin: welke groenten zijn veilig. Voor algemene informatie over de Nederlandse situatie staat onze overzichtspagina PFAS in Nederland klaar.

Praktijk: hoe een omgevingsdienst toetst

Stel: een aannemer wil een partij grond van 500 ton afvoeren naar een depot. Het bodemonderzoek toont 4 microgram PFOS per kilo. Wat gebeurt er?

Stap 1: vergelijking met de achtergrondwaarde (1,4 microgram PFOS per kilo volgens het handelingskader). Resultaat: overschrijding, dus geen vrije toepassing op landbouw of natuur.

Stap 2: vergelijking met de maximale waarden voor toepassing in industrie- of wegcunetsituatie (3 microgram). Resultaat: overschrijding, dus geen hergebruik onder het standaardkader.

Stap 3: vergelijking met de INEV voor PFOS (110 microgram) en de nieuwere risicogrens van 59 microgram per kilo. De partij zit daar ruim onder: verontreinigd, maar geen ernstige verontreiniging. Het bevoegd gezag bepaalt dan of nader onderzoek of een gebiedsspecifieke aanpak nodig is.

Stap 4: bij gerede twijfel over humane risico's volgt een nadere risicobeoordeling. Pas dan komt sanering in beeld. Wie zelf een verdachte locatie wil melden, kan dat doen via het meldformulier op deze site.

Wat verandert in 2026

Het RIVM heeft aangekondigd dat in de loop van 2026 berekeningsmodellen voor aanvullende PFAS-stoffen beschikbaar komen, met name voor PFNA en PFHxS. Dat betekent dat het stelsel van risicogrenzen wordt uitgebreid van drie individuele stoffen (PFOS, PFOA, GenX) naar minimaal vijf, met daarnaast de somparameter voor overige PFAS.

Daarnaast moeten Nederland en de overige EU-lidstaten sinds 12 januari 2026 voldoen aan de parameterwaarden voor PFAS in drinkwater uit de Europese Drinkwaterrichtlijn. Voor de bodem heeft dat indirect gevolgen: hoge PFAS-belasting in grondwater dat als bron voor drinkwater wordt gebruikt, dwingt waterleidingbedrijven en bevoegd gezagen tot strenger toetsen op bodembronnen. Het overzicht actuele PFAS-ontwikkelingen van het RIVM wordt periodiek bijgewerkt.

Tot slot werkt het ministerie aan formele vaststelling van interventiewaarden onder de Omgevingswet. De impact assessment die het RIVM in 2022 opleverde, brengt in kaart hoeveel grond en grondwater boven de nieuwe risicogrenzen uitkomt. Het politieke debat over de hoogte van de uiteindelijke wettelijke waarde is daarmee even technisch als bestuurlijk.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen achtergrondwaarde en interventiewaarde voor PFAS?
De achtergrondwaarde markeert grond als 'schoon' voor vrij hergebruik, vergelijkbaar met natuurlijke achtergrondconcentraties. De interventiewaarde markeert ernstige verontreiniging waarbij sanering moet worden overwogen. Voor PFOS ligt de achtergrondwaarde op 1,4 microgram per kilo (PFOA 1,9), en voor de functies wonen en industrie geldt een toepassingswaarde van 3 microgram PFOS per kilo. Voor PFAS bestaat formeel nog geen interventiewaarde; het RIVM hanteert in plaats daarvan Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV) en daarvan afgeleide risicogrenzen.
Geldt de PFAS-norm overal in Nederland hetzelfde?
Nee. Het tijdelijk handelingskader geeft landelijke maximale waarden, maar provincies en gemeenten mogen in een gebiedsspecifiek beleid afwijken. Bevoegde gezagen baseren zich op lokale bodemkwaliteitskaarten. In gebieden met historische PFAS-bronnen (Dordrecht, Helmond) gelden vaak aangepaste toetsingskaders. Op de IPLO-website staat een overzicht van geldende lokale kaders per omgevingsdienst.
Wat is een INEV precies en waarom geen interventiewaarde?
Een Indicatief Niveau voor Ernstige Verontreiniging is een advieswaarde van het RIVM, geen wettelijk vastgestelde norm. Het ministerie van IenW heeft voor PFOS, PFOA en GenX nog geen formele interventiewaarden vastgesteld omdat dat grote consequenties heeft voor de saneringsopgave en juridische implicaties. In afwachting daarvan toetsen omgevingsdiensten op de INEV. De INEV's zijn in 2020 afgeleid; in 2021 publiceerde het RIVM aangescherpte risicogrenzen, laatst geactualiseerd in een memo van september 2025 (versie 1.2).
Welke PFAS-waarden gelden voor moestuingrond?
Voor moestuingebruik zijn de risicogrenzen het strengst, omdat de blootstelling via gegeten gewassen het hoogst is. Voor moestuinen gelden daarom de waarden voor de functie landbouw/natuur, dus de achtergrondwaarden van 1,4 microgram PFOS en 1,9 microgram PFOA per kilo. Uit het moestuinonderzoek van het RIVM blijkt dat bladgroenten als sla en spinazie meer PFAS opnemen dan knol- en wortelgewassen, wat in de risicobeoordeling wordt meegewogen.
Hoe vaak worden de PFAS-bodemnormen geactualiseerd?
Het tijdelijk handelingskader is sinds 2019 al meermaals herzien; de huidige versie geldt sinds 1 januari 2024 onder de Omgevingswet. Het RIVM publiceerde in september 2025 een geactualiseerde memo met risicogrenzen (versie 1.2). In 2026 worden nieuwe risicogrenzen voor onder meer PFNA en PFHxS verwacht. Definitieve interventiewaarden onder de Omgevingswet zijn in voorbereiding.
Wie controleert of een aannemer zich aan de PFAS-normen houdt?
Bij grondtransport en hergebruik is de provincie of gemeente bevoegd gezag, vaak via een van de 28 omgevingsdiensten (zoals DCMR, ODRA en ODNZKG). De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt landelijk toezicht op grondstromen. Voor projecten in waterbodems is Rijkswaterstaat of het waterschap bevoegd gezag. Aannemers moeten een melding doen bij het Meldpunt bodemkwaliteit en kunnen worden gecontroleerd op partijkeuringen.
Wat zijn de gevolgen als grond boven de interventiewaarde uitkomt?
Bij overschrijding van de INEV (en straks de interventiewaarde) volgt een nadere risicobeoordeling. Als die uitwijst dat er onaanvaardbare humane of ecologische risico's zijn, moet er een saneringsmaatregel komen. Dat kan variëren van afgraven tot afdekken (isolatie) of monitoring. Voor de eigenaar van de grond kan dat aanzienlijke kosten betekenen en een gebruiksbeperking opleveren totdat de sanering is afgerond.
€9,95 · eenmalig

Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?

Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.

Rapport aanvragen — €9,95

Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.

PFAS-locatie ontdekt?

Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.

Melding maken Bekijk de kaart

Verwante artikelen