Regelgeving & Recht

PFAS in industriële vergunningen: hoe wordt het gecontroleerd?

PFAS in industriële vergunningen: hoe wordt het gecontroleerd?

PFAS-stoffen zijn Zeer Zorgwekkend. Voor industriële lozingen geldt een vergunningplicht met minimalisatieverplichting. Dit zijn de regels, normen en handhavingstoezicht in 2026.

PFAS-emissies vanuit fabrieken vallen in Nederland onder een streng vergunningstelsel. Omdat PFOS, PFOA, GenX en sinds november 2024 de hele groep PFAS op de lijst van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) staan, mogen bedrijven deze stoffen niet zomaar uitstoten of lozen. De Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving leggen een minimalisatieverplichting op: emissies moeten zo ver mogelijk worden teruggebracht, en uiteindelijk worden uitgefaseerd.

De praktijk is complex. Een bedrijf als Chemours in Dordrecht heeft tientallen vergunningvoorschriften voor lucht- en watergerichte emissies, en moet elke vijf jaar rapporteren via de landelijke ZZS-emissiedatabase. Provincies, omgevingsdiensten en Rijkswaterstaat zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verlenen, controleren en handhaven van die vergunningen. Sinds 1 januari 2025 is digitale rapportage in de ZZS-emissiedatabase verplicht.

Dit artikel zet op een rij hoe een industriële PFAS-vergunning wordt opgebouwd, welke instanties controleren, welke normen gelden en hoe de handhaving in de praktijk verloopt — inclusief actuele voorbeelden uit 2025 en 2026.

Waarom PFAS valt onder Zeer Zorgwekkende Stoffen

De aanduiding ZZS is geen losse milieucategorie maar een juridische status. Een stof komt op de ZZS-lijst als die voldoet aan de criteria van artikel 57 van de REACH-verordening: persistent, bioaccumulerend en toxisch (PBT), zeer persistent en zeer bioaccumulerend (zPzB), kankerverwekkend, mutageen, reproductietoxisch of hormoonverstorend. PFOS en PFOA voldoen aan meerdere van deze criteria. GenX (HFPO-DA) is op voorstel van Nederland in 2019 als ZZS aangemerkt door ECHA.

In 2024 is de ZZS-status van PFAS flink uitgebreid: sinds november 2024 staat de hele groep PFAS als groepsvermelding op de ZZS-lijst, en daarnaast zijn er zo'n 550 individuele PFAS-verbindingen op de lijst opgenomen. Voor het bevoegd gezag betekent dit dat álle vergunde bedrijven die met deze stoffen werken, onder de minimalisatieverplichting vallen — ook bedrijven die ze niet bewust toepassen, maar als verontreiniging in grondstoffen of als bijproduct uitstoten.

Het verschil met een gewone milieuvergunning is dat ZZS-emissies niet stabiel mogen blijven; ze moeten verder dalen. Bedrijven moeten elke vijf jaar aantonen dat ze er álles aan doen om uitstoot te beperken, ook als de huidige uitstoot al onder een norm zit. Dat principe wordt de minimalisatieverplichting genoemd en is uniek voor ZZS.

Welk bevoegd gezag verleent de vergunning

Wie een PFAS-relevante activiteit uitvoert, krijgt te maken met meerdere overheden. Voor grote chemische installaties is de provincie het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning milieu. Provincies laten de uitvoering doorgaans over aan een omgevingsdienst — bijvoorbeeld DCMR Milieudienst Rijnmond voor Chemours, OD Twente voor industrie in Oost-Nederland, of OMWB in Brabant.

Voor directe lozingen op rijkswateren (de Nieuwe Maas, IJsselmeer, Westerschelde en andere grote oppervlaktewateren) is Rijkswaterstaat het bevoegd gezag, op grond van de Waterwet. Voor indirecte lozingen — dus via het riool naar een rioolwaterzuivering — zijn de provincie of gemeente verantwoordelijk, afhankelijk van het type bedrijf. Bij bodemlozingen is de gemeente bevoegd gezag.

Deze versnippering leidt soms tot lastige situaties. Bij Chemours zijn DCMR (provincie Zuid-Holland), Rijkswaterstaat (Nieuwe Maas) én de waterschappen alle drie betrokken bij verschillende emissieroutes. Voor een gecoördineerde aanpak werken bevoegde gezagen samen via het Bestuurlijk Omgevingsberaad (BOb) en publiceren ze gezamenlijke voortgangsrapporten. Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) ontsluit alle landelijke regels en formats.

De minimalisatieplicht in de praktijk

De minimalisatieverplichting is geen vrijblijvende intentie. Bedrijven moeten elke vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma (VRP) opstellen en indienen bij het bevoegd gezag. In dat document beschrijft het bedrijf welke ZZS het uitstoot, in welke hoeveelheden, met welke technieken het de emissie wil verminderen en op welke termijn dat haalbaar is.

Het VRP is geen marketingdocument; het wordt door de omgevingsdienst getoetst aan de stand der techniek. Als een sector elders in Europa al lager kan, kan het bevoegd gezag eisen dat het Nederlandse bedrijf die techniek ook overneemt. Dat heet het BBT-principe (Best Beschikbare Technieken), zoals vastgelegd in de herziene Richtlijn Industriële Emissies (IED 2.0), die sinds 2024 strengere eisen stelt.

De brancheorganisatie FME waarschuwt dat de minimalisatieplicht ook het mkb raakt. Veel kleinere bedrijven gebruiken PFAS in coatings, smeermiddelen, blusschuim of teflonproducten, vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Een verflijn die teflonhoudende toevoegingen bevat, valt onder dezelfde rapportageplicht als een grote chemiefabriek — al verschilt de schaal sterk.

Verplichte rapportage via de ZZS-emissiedatabase

Sinds 1 januari 2025 is de digitale ZZS-emissiedatabase verplicht voor alle vergunde bedrijven die ZZS uitstoten. De rapportage gebeurt via het portaal e-MJV.nl, dat ook gebruikt wordt voor het milieujaarverslag. Bedrijven moeten per stof aangeven: jaarlijkse emissievracht naar lucht en water, gemeten of berekend, met onderbouwing van de meetmethode.

De data komen geaggregeerd beschikbaar voor het publiek. Toezichthouders kunnen meekijken op individueel bedrijfsniveau. Dat geeft omgevingsdiensten een veel beter beeld van waar de PFAS-emissies vandaan komen dan vroeger, toen rapportages op papier en versnipperd binnenkwamen. Voor 2026 wordt verwacht dat het RIVM op basis van deze database een landelijk PFAS-emissieoverzicht publiceert.

De rapportage moet kloppen. Bij twijfel over de juistheid kan het bevoegd gezag aanvullende metingen eisen, en bij ontoereikende meetstrategie — bijvoorbeeld geen analyse van de zogeheten extractieve organisch fluor — kan een vergunning worden ingetrokken of aangepast. Op de PFAS-informatiepagina staat een toelichting op de meetmethoden.

Lozingsnormen voor oppervlaktewater en riolering

Voor lozingen op oppervlaktewater geldt geen vaste numerieke PFAS-norm in een algemene maatregel van bestuur; het bevoegd gezag stelt per vergunning grenswaarden vast. Wel heeft het RIVM in 2022 risicogrenzen voor oppervlaktewater afgeleid uit de EFSA-tolerable weekly intake, bijvoorbeeld 0,3 nanogram per liter voor PFOA, en geldt voor drinkwater een richtwaarde van 4,4 nanogram per liter PFOA-equivalenten. Zulke waarden werken als immissienorm: de concentratie die in het ontvangende water ná lozing maximaal aanwezig mag zijn.

Voor lozingen op de riolering geldt dat ze in principe níet zijn toegestaan, omdat rioolwaterzuiveringen PFAS niet kunnen verwijderen. Een uitzondering is mogelijk via de zogeheten immissietoets, waarbij wordt aangetoond dat de bijdrage aan het ontvangende oppervlaktewater verwaarloosbaar is. In Weert speelde in 2025 een omstreden vergunningverlening: de provincie Limburg wil afvalverwerker CFS toestaan jaarlijks 5 kilogram PFAS op het riool te lozen, ondanks bezwaren van Waterschap Limburg, de ILT, drinkwaterbedrijven en de gemeente.

Bij lozing van PFAS-houdend grondwater (bijvoorbeeld bij saneringen) gelden aparte beleidsregels. Lozing op oppervlaktewater is alleen toegestaan als terugpompen in dezelfde grondwaterlaag of bodemlozing aantoonbaar niet mogelijk is. Verschillende waterschappen hebben hierover eigen beleidsregels gepubliceerd.

Toezicht en handhaving in de praktijk

Een vergunning is pas zo sterk als de handhaving die erop volgt. Omgevingsdiensten controleren via twee sporen: administratief (klopt de rapportage?) en fysiek (worden er metingen ter plekke uitgevoerd?). Bij Chemours analyseert DCMR in 2025 de uitstoot van diverse schoorstenen, en in 2026 start een pilot met luchtmetingen in de directe omgeving van het bedrijf.

De sancties variëren. Een licht middel is de last onder dwangsom: het bedrijf krijgt een termijn om de overtreding te beëindigen, met een geldelijke straf per dag of per overtreding daarna. In februari 2025 legde DCMR aan Chemours een last onder dwangsom op voor de lozing van TFPrA (tetrafluorpropionzuur), een PFAS-soort waarvoor het bedrijf geen vergunning had; de dwangsom kan oplopen tot 3,75 miljoen euro. Het bedrijf kreeg tot 4 juli 2025 om de lozing terug te brengen.

Zwaardere instrumenten zijn intrekking of ambtshalve wijziging van de vergunning. In maart 2023 vernietigde de rechtbank Den Haag weliswaar grotendeels een eerdere ambtshalve wijziging van de vergunning van Chemours (de provincie ging in hoger beroep), maar dat onderstreept dat het juridische instrumentarium scherp is en dat zorgvuldigheid vereist is. Bij ernstige overtredingen kan het Openbaar Ministerie via ILT een strafrechtelijk traject starten.

Wat verandert er door het komende EU-PFAS-verbod

Op 26 maart 2026 hebben de twee wetenschappelijke comités van ECHA — RAC en SEAC — hun steun uitgesproken voor een EU-brede beperking van de productie, het op de markt brengen en het gebruik van PFAS, met specifieke uitzonderingen. RAC nam zijn definitieve oordeel aan op 2 maart 2026; SEAC publiceerde zijn ontwerpadvies op 26 maart 2026. ECHA voert een 60-daagse openbare consultatie tot 25 mei 2026; het definitieve SEAC-advies wordt eind 2026 verwacht.

De Europese Commissie zal vervolgens een definitief restrictievoorstel voorleggen aan het REACH-comité. Een verbod met overgangstermijnen wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht. Voor industriële vergunningen betekent dit dat veel huidige toepassingen — coatings, blusschuim, smeermiddelen, halfgeleiders — straks onder een Europees verbod vallen, met derogaties voor specifieke gevallen.

Voor Nederlandse bedrijven kan dat de afbouwopgave versnellen. Vergunningen die nu nog rekening houden met legale PFAS-toepassingen, zullen na inwerkingtreding van het EU-verbod automatisch moeten worden aangepast. Sommige bedrijven anticiperen al door zelf alternatieven te ontwikkelen, omdat aanpassing achteraf duurder is dan vooruitlopen op regelgeving.

Wat omwonenden kunnen doen

Burgers hebben formele rechten in het vergunningsproces. Bij een nieuwe of gewijzigde omgevingsvergunning loopt een ontwerpbesluit-fase van zes weken waarin iedereen een zienswijze kan indienen. Dat hoeft geen juridisch document te zijn — een onderbouwde brief volstaat. Het bevoegd gezag is verplicht zienswijzen mee te wegen en te beantwoorden in het definitieve besluit.

Wie zich zorgen maakt over een specifieke fabriek, kan de actuele vergunning opvragen bij de omgevingsdienst of via de provinciale website. De ZZS-rapportages van het bedrijf zijn deels openbaar via e-MJV. Lokale meetdata van waterschappen en RIVM zijn vaak ook beschikbaar via dataportalen. Vermoedt u een overtreding, dan kunt u dat melden bij de omgevingsdienst of een melding doen via deze site, waarna onze redactie het signaal kan combineren met andere meldingen.

Tot slot: bij langlopende dossiers zijn milieuorganisaties zoals Mobilisation for the Environment (MOB) of lokale bewonersstichtingen vaak goed op de hoogte. Ook de gemeenteraad en Provinciale Staten hebben een controlerende rol — politieke vragen leveren in de praktijk vaak inzage op in handhavingsdossiers die anders onder de radar blijven. De landelijke kaart op PFASkaartNederland.nl geeft een overzicht van bekende meldingen en hotspots in uw regio.

Veelgestelde vragen

Wie is bevoegd gezag voor een PFAS-vergunning?
Voor grote industriële installaties is de provincie het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning milieu, in de praktijk uitgevoerd door een omgevingsdienst zoals DCMR of OMWB. Voor directe lozingen op rijkswateren is Rijkswaterstaat bevoegd gezag op grond van de Omgevingswet. Voor indirecte lozingen via het riool zijn provincie of gemeente verantwoordelijk; bij bodemlozingen is dat de gemeente. Bij grote chemische bedrijven werken meerdere bevoegde gezagen en het waterschap samen.
Wat is de minimalisatieverplichting voor PFAS?
De minimalisatieverplichting houdt in dat bedrijven die ZZS, waaronder PFAS, uitstoten, deze emissies tot het minimaal haalbare moeten terugbrengen en uiteindelijk uitfaseren. Dat geldt ook als de huidige uitstoot onder een wettelijke norm zit. Bedrijven moeten elke vijf jaar een vermijdings- en reductieprogramma indienen bij het bevoegd gezag, dat wordt getoetst aan de Best Beschikbare Technieken (BBT). De plicht is vastgelegd in de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving.
Wat is de ZZS-emissiedatabase?
De ZZS-emissiedatabase is een digitaal portaal waarin vergunde bedrijven verplicht hun jaarlijkse emissies van Zeer Zorgwekkende Stoffen (waaronder PFAS) rapporteren. Sinds 1 januari 2025 is gebruik van deze database verplicht voor de vijfjaarlijkse rapportage. De data zijn deels openbaar via e-MJV.nl en geven het bevoegd gezag en het RIVM een landelijk overzicht van industriële PFAS-emissies. Toezichthouders gebruiken het om trends te volgen en handhavingsprioriteiten te bepalen.
Mag een bedrijf PFAS lozen op het riool?
In principe niet. Rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn niet ontworpen om PFAS te verwijderen, waardoor de stoffen vrijwel ongeremd het oppervlaktewater bereiken. Een uitzondering is mogelijk via de immissietoets, waarbij het bedrijf moet aantonen dat de bijdrage aan het ontvangende oppervlaktewater verwaarloosbaar is. In de praktijk is deze route omstreden: in Weert wilde de provincie Limburg in 2025 een vergunning verlenen voor de lozing van 5 kilo PFAS per jaar op het riool, ondanks bezwaren van waterschap, drinkwaterbedrijven en ILT; het bedrijf trok de aanvraag in maart 2026 in.
Wat zijn de actuele lozingsnormen voor PFAS in oppervlaktewater?
Er is geen vaste algemene grenswaarde; het bevoegd gezag stelt per vergunning normen vast. Wel publiceerde het RIVM in 2022 zeer strenge risicogrenzen voor oppervlaktewater (0,3 nanogram per liter voor PFOA en 0,007 nanogram per liter voor PFOS), gebaseerd op de EFSA-norm voor wekelijkse blootstelling via vis. Daarnaast geldt de RIVM-richtwaarde van 4,4 nanogram PFOA-equivalent per liter voor drinkwater. Voor de bedrijfsvergunning rekent men vanuit de waterkwaliteit terug naar een toelaatbare emissievracht, rekening houdend met verdunning en stroming.
Welke sancties kan het bevoegd gezag opleggen bij overtreding?
Het lichtste middel is de last onder dwangsom, waarbij het bedrijf een termijn krijgt om de overtreding te beëindigen, met een dagboete daarna. DCMR heeft in februari 2025 een dwangsom opgelegd aan Chemours voor de lozing van TFPrA, een PFAS-soort waarvoor geen vergunning was verleend. Zwaardere middelen zijn ambtshalve wijziging of intrekking van de vergunning. Bij ernstige overtredingen kan het Openbaar Ministerie via de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een strafrechtelijk traject starten.
Wanneer komt het EU-brede PFAS-verbod?
Het wetenschappelijke comité RAC van ECHA nam in maart 2026 zijn advies aan en het comité SEAC publiceerde een conceptadvies dat een EU-brede beperking steunt, met derogaties voor specifieke toepassingen. Een 60-daagse openbare consultatie liep tot 25 mei 2026. SEAC neemt naar verwachting eind 2026 zijn definitieve oordeel. Vervolgens stelt de Europese Commissie een formeel voorstel op dat in het REACH-comité moet worden aangenomen. Een verbod met overgangstermijnen wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht.
Kan ik als omwonende invloed uitoefenen op een vergunning?
Ja. Bij een nieuwe of gewijzigde omgevingsvergunning loopt een ontwerpbesluit-fase van zes weken waarin iedereen een zienswijze kan indienen. Dat hoeft geen juridisch document te zijn; een onderbouwde brief volstaat. Het bevoegd gezag is verplicht zienswijzen mee te wegen. Daarnaast kunt u de vergunning opvragen, ZZS-rapportages bekijken via e-MJV en bij vermoeden van overtreding een melding doen bij de omgevingsdienst of via PFASkaartNederland.nl.
€9,95 · eenmalig

Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?

Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.

Rapport aanvragen — €9,95

Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.

PFAS-locatie ontdekt?

Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.

Melding maken Bekijk de kaart

Verwante artikelen