PFAS op het bord van de boer: landbouwgrond, mest en gewassen
Via beregeningswater, zuiveringsslib en gewasbeschermingsmiddelen stapelt PFAS zich op in landbouwbodems. Wat betekent dat voor boeren, gewassen en dierlijke producten?
Het is een zomerse ochtend in de Flevopolder. Een melkveehouder zet de beregeningsinstallatie aan om zijn grasland door de droogte heen te trekken. Het water komt uit de aangrenzende sloot, zoals het al tientallen jaren gaat. Wat hij niet weet, en wat de waterschappen inmiddels weten, is dat in die sloot PFOS-concentraties zitten die honderden keren boven de norm liggen. Elke ronde met de beregeningsinstallatie smeert hij onzichtbaar gif over zijn perceel. En via dat gras komt het in zijn koeien, in de tank en uiteindelijk op tafel.
Dit scenario speelde zich letterlijk af bij boeren langs de Meerkoetenweg in Lelystad. In de zomer van 2024 kregen de vijftien bedrijven langs de Meerkoetentocht van waterschap Zuiderzeeland het dringende advies om geen oppervlaktewater meer te gebruiken voor beregening, nadat een PFOS-concentratie was gemeten van 538 keer de norm voor slootwater. Niet omdat er iets mis was met hun bedrijfsvoering, maar vanwege het PFOS-houdende blusschuim dat tot 1995 was gebruikt op een voormalig brandblusoefenterrein aan de Talingweg, zo stelde het waterschap eind 2024 vast.
Hoe PFAS op landbouwgrond terechtkomt
Landbouwbodems raken op meerdere manieren besmet met PFAS, en niet altijd door de boer zelf. De belangrijkste aanvoerroutes zijn:
- Beregening met oppervlaktewater. Sloten, kanalen en polderwater bevatten in veel gebieden meetbare hoeveelheden PFAS, afkomstig van industrie, vliegvelden, rioolwaterzuiveringen of historische lozingen. Bij langdurige beregening stapelt dit op in de bodem.
- Zuiveringsslib en compost. Rioolwaterzuiveringsinstallaties halen PFAS niet uit het water. De stoffen hopen zich op in het slib dat overblijft. Jarenlang werd dit slib als goedkope meststof op grasland en akkerland uitgereden. Hoewel het gebruik van zuiveringsslib in de Nederlandse landbouw inmiddels sterk aan banden is gelegd, liggen de gevolgen van eerdere toepassingen nog in de grond.
- Baggerspecie. Wie zijn sloot laat baggeren en de specie op het aangrenzende perceel verspreidt, kan onbedoeld PFAS-houdend materiaal inwerken. Hiervoor gelden toepassingswaarden (voor PFOA geldt een grens van 7 microgram per kilogram droge stof, voor PFOS 3 microgram), maar in de praktijk is niet altijd vooraf gemeten.
- PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen. Dit is een minder bekende route, maar des te zorgwekkender. In 2025 zijn er in Nederland 25 toegelaten gewasbeschermingsmiddelen die een of meer PFAS-verbindingen bevatten, verdeeld over fungiciden, herbiciden en insecticiden. De verkoop van deze middelen steeg van circa 150.000 kilogram per jaar in de periode 2010-2020 naar meer dan 250.000 kilogram in 2023. Bol- en aardappelteelt zijn daarbij koploper.
- Atmosferische depositie. PFAS verspreidt zich ook via de lucht. Regen wast de stoffen neer op elk perceel, ook ver van de bron. In gebieden met drukke luchtvaart of industriële activiteit is dit effect groter.
Wat er in de grond blijft zitten
PFAS-verbindingen zijn om een reden hardnekkig: ze breken in de natuur vrijwel niet af. Eenmaal in de bodem, blijven ze er. Ze hechten zich aan bodemdeeltjes, maar kunnen ook uitspoelen naar grondwater en oppervlaktewater. Of ze worden opgenomen door plantenwortels.
Het RIVM doet sinds enkele jaren gericht onderzoek naar de mate waarin planten PFAS uit de bodem opnemen, een proces dat bioaccumulatie heet. Dat onderzoek loopt nog, maar de eerste bevindingen zijn duidelijk genoeg: gewassen nemen PFAS op, maar de mate verschilt sterk per stof en per gewas. Bladgroenten nemen relatief meer op dan gewassen waarbij het eetbare deel onder de grond zit, zoals aardappelen of wortelen. De vraag is nu: bij welke bodemconcentratie wordt de opname in het gewas voor mensen een probleem?
Van gras naar koe naar melk
Voor melkveehouders is er een directe keten te tekenen. Koeien die grazen op percelen met PFAS-houdend gras nemen die stoffen op via hun voer. PFAS hoopt zich dan op in lichaamsvet, organen en melk. Uit Europees en nationaal onderzoek blijkt dat dierlijke producten, met name vlees en melk, een van de belangrijkste bronnen zijn waarmee mensen PFAS binnenkrijgen via voeding.
De NVWA controleerde in 2024 ruim vijfhonderd monsters van vlees, vis, visolie en eieren, en bijna honderd monsters van melk en babyvoeding; in 2025 waren dat er ruim negenhonderd. Slechts een monster (een wild gevangen vis) overschreed het Europese maximumgehalte. Voor melk bestaat nog geen wettelijk maximumgehalte; die wordt gemonitord. Maar in regio's met verhoogde bodemconcentraties, zoals het Zeeuws-Vlaamse grensgebied bij het Verdronken Land van Saeftinghe, maakt de provincie zich aantoonbaar zorgen over verhoogde PFAS-gehalten in melk en vlees van lokale dieren.
Dat wringt extra bij biologische boeren. Zij mogen geen synthetische PFAS-pesticiden gebruiken, maar kunnen even goed te maken krijgen met verontreinigd slootwater of historisch slib op hun percelen.
Wat de overheid doet
Het beleid beweegt, maar langzaam. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat stelt de normen vast voor grond en bagger die verplaatst of opgebracht mogen worden op landbouwpercelen. Die normen worden regelmatig herzien op basis van nieuw RIVM-onderzoek. Voor baggerspecie gelden inmiddels concrete toepassingswaarden per PFAS-verbinding.
Het gebruik van zuiveringsslib als meststof is in de praktijk sterk verminderd, en er is politieke druk om het volledig te verbieden totdat de PFAS-belasting structureel omlaag is. De Tweede Kamer debatteerde in 2025 meerdere keren over PFAS in relatie tot landbouw, grondwater en drinkwater, mede aangejaagd door de sterk gestegen verkoop van PFAS-houdende pesticiden.
Waterschappen waarschuwen steeds vaker boeren in kwetsbare gebieden voor de risico's van beregening met oppervlaktewater en publiceren lokale meetdata. In Noord-Holland, van de zeven onderzochte provincies de provincie met het hoogste gebruik van PFAS-pesticiden (bijna 14.000 kilo per jaar, vooral in de bloembollen- en akkerbouwteelt), lieten provincie en drinkwaterbedrijven het gebruik in kaart brengen.
Zo beperk je als agrariër het PFAS-risico op je perceel
Je kunt als boer niet altijd kiezen waar het water vandaan komt of welke geschiedenis je grond heeft. Maar er zijn concrete stappen die je kunt nemen om de PFAS-belasting op je bedrijf te beperken en te begrijpen.
- Laat je bodem en beregeningswater meten. Vraag bij je waterschap of de provincie of er meetdata beschikbaar zijn voor jouw sloot of waterloop. Als die ontbreken, kun je zelf een bodem- en watermonster laten analyseren door een erkend laboratorium. Dit geeft je de basis voor alle volgende beslissingen.
- Controleer de herkomst van slib, compost en bagger. Vraag leveranciers altijd om een PFAS-analyse van het product voordat je het op je perceel brengt. Zuiveringsslib dat niet aantoonbaar vrij is van PFAS, gebruik je niet als meststof.
- Vermijd PFAS-houdende gewasbeschermingsmiddelen waar dat kan. Bekijk het etiket en de productsamenstelling. Onderzoeksbureau CLM en de provincie Noord-Holland publiceerden een overzicht van de werkzame stoffen en middelen die PFAS bevatten. Ga na of er gelijkwaardige alternatieven zijn en overleg met je agronomisch adviseur.
- Schakel over op grondwater of leidingwater voor beregening bij twijfel. Als de PFAS-concentratie in het oppervlaktewater in jouw gebied verhoogd is, wik dan de risico's af voor je beregeningssysteem aanzet. Grondwater is in de meeste situaties schoner, maar ook dit kun je laten meten.
- Houd baggerspecie lokaal en alleen onder de normen. Wanneer je slootbagger op je perceel verspreidt, geldt je eigen verantwoordelijkheid om te weten of die bagger aan de toepassingswaarden voldoet. Vraag bij twijfel altijd een meting aan.
- Registreer wat je opbrengt en wanneer. Een goede administratie van compost, slib, bagger en beregeningsbronnen per perceel helpt je om historische besmetting te traceren, en is bij een eventuele schadevordering onmisbaar.
- Volg lokale adviezen van waterschap en provincie actief op. Waterschappen en provincies sturen bij ernstige gevallen gerichte waarschuwingen, maar die bereiken niet altijd elke boer. Schrijf je in voor nieuwsbrieven of lokale landbouwoverleggen en houd de meetdata in jouw regio bij.
Een structureel probleem vraagt om structureel beleid
De individuele boer zit in een lastige positie. PFAS is grotendeels buiten zijn schuld op zijn land gekomen: via de lucht, via beleid dat ooit als verantwoord gold, via water dat al decennia vervuild was voordat het meten begon. Toch zijn de gevolgen voor zijn bedrijf, zijn gewassen en zijn dieren heel concreet.
De komende jaren zullen de normen voor PFAS in landbouwcontexten vrijwel zeker aangescherpt worden, nu het RIVM nieuw onderzoek publiceert over plantenopname en de Europese Unie zijn regelgeving aanscherpt. Voor boeren betekent dat: nu al weten waar je staat, zodat je straks niet voor verrassingen staat.
Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?
Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.
Rapport aanvragen — €9,95Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.
PFAS-locatie ontdekt?
Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.