PFAS in moedermelk: actuele studies en advies
Vrijwel alle Nederlandse moedermelk bevat sporen PFAS. Wat zegt het RIVM-onderzoek 2025-2026, hoe verhoudt het zich tot EFSA-normen en blijft borstvoeding verantwoord?
PFAS zijn inmiddels overal: in regenwater, voedsel, drinkwater en ook in moedermelk. Dat laatste roept bij veel jonge ouders begrijpelijke ongerustheid op. In Nederland loopt sinds 2023 een grootschalig onderzoeksprogramma van het RIVM dat de werkelijke blootstelling van zuigelingen via borstvoeding in kaart brengt, waarvan de eerste landelijke resultaten op 1 juli 2026 zijn gepubliceerd; zie de update direct hieronder.
Tegelijkertijd publiceren internationale onderzoekers alarmerende cijfers: in een Amerikaanse studie uit Cincinnati overschreed de berekende inname via bijna alle moedermelk de Europese veiligheidsgrens. Dit artikel zet de actuele studies, normen en het officiële advies op een rij, met concrete cijfers uit RIVM-, EFSA- en peer-reviewed bronnen.
De centrale boodschap van zowel RIVM als de Wereldgezondheidsorganisatie blijft ondubbelzinnig: borstvoeding wordt aanbevolen, ook in regio's met aantoonbare PFAS-belasting zoals rond Chemours-Dordrecht. Maar dat advies wordt niet in een vacuüm gegeven, het komt voort uit een afweging tussen meetbare voordelen en deels nog onbekende risico's.
Update 1 juli 2026: de eerste landelijke RIVM-resultaten zijn er
Op 1 juli 2026 publiceerde het RIVM de eerste resultaten van het landelijke moedermelkonderzoek. De melk van 1.629 vrouwen is geanalyseerd op 29 verschillende PFAS-soorten. De belangrijkste uitkomsten:
- In alle onderzochte monsters werd PFAS aangetroffen.
- In 82% van de monsters bleef de hoeveelheid onder de gezondheidskundige grenswaarde; bij ongeveer 1 op de 5 vrouwen (18%) lag de hoeveelheid daarboven.
- De grenswaarde die het RIVM hanteert is de van de EFSA afgeleide maximaal acceptabele concentratie van 133 nanogram PFAS per liter moedermelk.
- PFOS kwam het meest voor, gevolgd door PFOA.
RIVM-coördinator PFAS Joke Herremans noemde de resultaten "heel confronterend": "Dit is wel schrikken. Je wil niet dat je stoffen die door mensen gemaakt zijn overal terugvindt." Het onderzoek was niet volledig representatief, omdat vrouwen met een hogere sociaaleconomische status oververtegenwoordigd waren, maar volgens het RIVM zouden de resultaten bij een bredere steekproef niet substantieel afwijken.
Ondanks deze cijfers blijft het advies onveranderd: borstvoeding wordt nog altijd aanbevolen wanneer dat mogelijk is. Vrouwen kunnen zelf weinig doen om de PFAS in hun melk te verlagen, omdat de stof al in het lichaam is opgeslagen en traag verdwijnt. Het RIVM raadt privé-testen bij commerciële bedrijven af. De achtergrond, normen en gezondheidscontext bij deze cijfers lees je in de rest van dit artikel.
Hoe komt PFAS in moedermelk terecht?
PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) zijn synthetische chemicaliën die slecht afbreken in het milieu en zich in het menselijk lichaam ophopen. Ze komen via drinkwater, voeding (vooral vis, eieren, lever), huisstof en consumentenproducten zoals anti-aanbakpannen en regenkleding in het bloed terecht. Eenmaal in het bloed binden PFOS, PFOA en verwante stoffen zich aan eiwitten en blijven ze jarenlang circuleren.
Tijdens de zwangerschap passeren de meeste PFAS-varianten de placenta: de baby start het leven dus al met een PFAS-belasting. Na de geboorte vormt borstvoeding voor de moeder een extra uitscheidingsroute. PFAS hebben een vetzuur-achtige structuur en lossen deels op in de vetfractie van de melk. Hierdoor daalt de PFAS-concentratie in het bloed van de moeder tijdens de borstvoedingsperiode aantoonbaar, terwijl die van de zuigeling juist toeneemt.
Volgens een uitgebreide review uit 2025 in Environment International bedraagt de PFAS-inname via borstvoeding tot wel 94% van de totale dagelijkse PFAS-inname van een zuigeling onder de zes maanden. Daarmee is de melk verreweg de belangrijkste blootstellingsroute in deze levensfase, vele malen groter dan via huisstof of luchtinademing.
Wat meet het RIVM in 2025-2026?
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) voert in opdracht van de ministeries IenW, VWS en LVVN een meerjarig PFAS-onderzoeksprogramma uit dat loopt van 2023 tot eind 2026. Een belangrijk onderdeel is biomonitoring in bloed en moedermelk.
Voor het moedermelkonderzoek werkt het RIVM samen met de bestaande COVID MILK-POWER MILK-cohortstudie. Ongeveer 1650 vrouwen gaven toestemming om hun reeds afgenomen, opgeslagen moedermelkmonsters te laten analyseren op PFAS. De monsters zijn tussen oktober 2020 en februari 2021 verzameld; op 1 juli 2026 zijn de eerste landelijke resultaten gepubliceerd. Het bredere onderzoeksprogramma loopt nog door tot eind 2026.
De studie meet niet alleen de bekende stoffen PFOS en PFOA, maar ook nieuwere varianten zoals GenX (FRD-903), PFHxS en PFNA. Dat is relevant omdat juist die nieuwere stoffen rond Chemours-Dordrecht in verhoogde concentraties zijn aangetroffen. Wie meer wil weten over de regionale verdeling kan terecht op de PFAS-kaart van Nederland of de detailpagina over Chemours-vervuiling in Dordrecht.
EFSA-grenswaarde: 4,4 ng/kg lichaamsgewicht per week
De Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA stelde in 2020 een Tolerable Weekly Intake (TWI) vast van 4,4 nanogram per kilogram lichaamsgewicht per week, voor de som van PFOS, PFOA, PFHxS en PFNA. Deze norm geldt voor de hele bevolking, dus ook voor zuigelingen.
Voor moedermelk specifiek heeft het RIVM op basis van die TWI een maximaal acceptabele concentratie afgeleid van ongeveer 133 nanogram per liter (ng/l), uitgaande van het gemiddelde drinkvolume en gewicht van een zuigeling. Wereldwijd schommelen gemeten concentraties tussen 20 en 100 ng/l, dus in dezelfde orde van grootte als de afgeleide grenswaarde.
| Norm/parameter | Waarde | Bron |
|---|---|---|
| EFSA TWI (4 PFAS-som) | 4,4 ng/kg lg/week | EFSA 2020 |
| Afgeleide grens moedermelk (NL) | ~133 ng/l | RIVM |
| Wereldwijde range gemeten | 20-100 ng/l | Reviews 2024-2025 |
| VU-studie Dordrecht (2022, n=10) | onder EFSA-grens | VU Amsterdam / Zembla |
De TWI is een veiligheidsmarge, geen strikte gevarengrens. Een eenmalige overschrijding leidt niet direct tot gezondheidsschade, maar structurele overschrijding gedurende maanden of jaren wel. De norm is bovendien gebaseerd op slechts vier PFAS-stoffen, terwijl er duizenden bestaan en in moedermelk vaak een dozijn varianten worden teruggevonden.
Wat zeggen internationale studies in 2025?
In 2025 verschenen meerdere relevante publicaties. Een studie onder 100 zogende vrouwen in Cincinnati (als preprint verschenen in december 2025) vond dat bij 98% van de moedermelkmonsters de berekende inname door de zuigeling de EFSA-TWI overschreed.
Een grote review in Environment International (Burden of PFAS in human breast milk, juni 2025) concludeerde dat zuigelingen kwetsbaarder zijn dan moeders voor PFAS-blootstelling. De auteurs stelden specifiek voor zuigelingen nieuwe minimal risk values voor: 3,35 ng/kg lg/dag voor PFOS, 2,92 voor PFOA, 0,25 voor PFHxS en 0,38 voor PFNA, waarmee PFHxS en PFNA per gewichtseenheid als risicovoller gelden dan de klassieke stoffen PFOS en PFOA. Dat is opmerkelijk omdat PFHxS juist in stijgende concentraties wordt aangetroffen sinds PFOS in 2009 op de Stockholm Conventie-lijst kwam.
De Nederlandse situatie is volgens metingen tot dusver minder extreem dan de Amerikaanse. In 2022 onderzocht de Vrije Universiteit Amsterdam in opdracht van Zembla moedermelk van tien vrouwen die binnen zeven kilometer van Chemours in Dordrecht wonen: bij allemaal werden PFAS aangetroffen. De gemeten concentraties lagen onder de door EFSA afgeleide grenswaarde, al rekende Zembla voor dat de baby's via de melk meer binnenkregen dan de wekelijkse innamenorm. Het was echter een kleine steekproef. Het landelijke RIVM-onderzoek analyseerde uiteindelijk de moedermelk van 1.629 vrouwen en liet op 1 juli 2026 een minder geruststellend beeld zien: bij ongeveer 1 op de 5 vrouwen werd de afgeleide grenswaarde overschreden (zie de update bovenaan dit artikel).
Welke gezondheidsrisico's zijn aangetoond bij zuigelingen?
Bij volwassenen is een verband tussen langdurige PFAS-blootstelling en effecten op het immuunsysteem, cholesterolwaarden, leverfunctie, zwangerschapshypertensie en bepaalde kankers (nierkanker, testiskanker) wetenschappelijk onderbouwd. Voor zuigelingen is het bewijs minder hard, omdat directe causaliteit moeilijk aan te tonen is. Wel zijn er duidelijke aanwijzingen.
Het belangrijkste gedocumenteerde effect is een verminderde antilichaamrespons na vaccinaties. Studies in Faeröer en Noorwegen lieten zien dat kinderen met hogere PFAS-bloedwaarden minder antilichamen aanmaakten na DKTP- en MBR-prikken. Dit was een van de redenen waarom EFSA de TWI in 2020 fors verlaagde van 13 naar 4,4 ng/kg lg/week.
Daarnaast wordt PFAS-blootstelling in utero en via melk geassocieerd met iets lager geboortegewicht, lichte vertraging in mijlpalen en mogelijk effecten op schildklierhormonen. De meeste effecten zijn statistisch significant op populatieniveau, maar bij individuele kinderen niet zichtbaar of meetbaar. Dat onderscheid is belangrijk: het rechtvaardigt voorzorgsbeleid, maar geen paniek bij individuele ouders.
Waarom blijft borstvoeding aanbevolen?
Het RIVM en de GGD Zeeland en Zuid-Holland Zuid (regio's met de hoogste blootstelling) hebben een eensluidend advies: de aanwezigheid van PFAS in moedermelk is geen reden om te stoppen met borstvoeding of de duur ervan in te korten. De afweging valt om drie redenen consistent uit ten gunste van borstvoeding:
Ten eerste zijn de bewezen voordelen van borstvoeding groot en goed gedocumenteerd. Het verlaagt het risico op luchtweginfecties, oorontstekingen, gastro-enteritis, plotselinge zuigelingendood (wiegendood), obesitas op latere leeftijd en bevordert de hersenontwikkeling. Ten tweede zijn de PFAS-effecten op zuigelingen weliswaar reëel maar relatief klein van omvang. Ten derde bevatten de meeste alternatieven (kunstvoeding bereid met kraanwater) zelf ook PFAS, en soms in vergelijkbare hoeveelheden.
Wel adviseren GGD's in PFAS-hotspots zwangere en zogende vrouwen extra alert te zijn op voedingsbronnen die de eigen PFAS-belasting verhogen, zoals zelfgevangen vis uit de Westerschelde of zelfgekweekte eieren in de regio Dordrecht. Wie zorgen heeft kan zich altijd melden bij de GGD voor persoonlijk advies, of een melding doen via ons meldformulier.
Wat kun je als zwangere of zogende vrouw zelf doen?
Het verlagen van de eigen PFAS-belasting werkt traag, omdat PFOS een halfwaardetijd in het bloed heeft van circa 5 jaar en PFOA ongeveer 3,5 jaar. Maar er zijn enkele praktische maatregelen die op de middellange termijn effect hebben en die het RIVM en consumentenautoriteiten ondersteunen.
Een eerste stap is het beperken van consumptie van zelfgevangen vis en zelfgekweekte eieren in bekende hotspotgebieden. Voor zelfgevangen vis uit de Westerschelde adviseren RIVM en GGD Zeeland bijvoorbeeld om die niet of hooguit zeer beperkt te eten. Daarnaast helpt het om voedselverpakkingen met fluorbehandelde laag (sommige fastfood-wraps, vetwerend papier, popcornzakjes) zoveel mogelijk te vermijden.
In de woonomgeving zelf kunnen consumentenproducten met PFAS, zoals impregneersprays, anti-aanbakpannen met krassen en bepaalde regenjassen, worden vervangen door PFAS-vrije alternatieven. Wie in een PFAS-hotspot woont kan overwegen het drinkwater te filteren met een gecertificeerde actief-koolfilter of omgekeerde-osmose-installatie. Meer concrete tips staan in ons artikel over PFAS-blootstelling verminderen.
Welke vervolgstappen zet de overheid?
Het RIVM-onderzoeksprogramma loopt door tot eind 2026 en zal naar verwachting concretere advisering opleveren over voedingspatronen in hotspotgebieden, eventueel aangescherpte normen voor moedermelk en mogelijk gerichte communicatie naar zwangere vrouwen in specifieke regio's. De resultaten worden gefaseerd gepubliceerd op rivm.nl/pfas/actueel.
Op Europees niveau is de PFAS-restrictie via REACH (ingediend door Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden) in 2024-2025 verder uitgewerkt door ECHA. De verwachte invoering loopt vanaf 2026-2027, met sectorspecifieke uitfaseringstermijnen. Een breed PFAS-verbod betekent niet dat de huidige belasting verdwijnt: vanwege de extreem lange afbraaktijd zal moedermelk nog decennia PFAS bevatten, ook bij volledige beperking van nieuwe emissies.
Op nationaal niveau heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) sinds 2024 strenger toezicht op vergunde PFAS-emissies, en is in de Omgevingswet de toetsing op nieuwe lozingen aangescherpt. Het langetermijneffect op moedermelk-concentraties zal pas vanaf 2030 zichtbaar worden, omdat moeders die nu zwanger raken nog ten dele de cumulatieve blootstelling van vóór 2024 in zich dragen.
Veelgestelde vragen
Moet ik stoppen met borstvoeding vanwege PFAS?
Hoeveel PFAS zit er gemiddeld in Nederlandse moedermelk?
Wat is de EFSA-grenswaarde voor PFAS in moedermelk?
Hoe lang blijft PFAS in mijn lichaam?
Geeft kunstvoeding minder PFAS dan borstvoeding?
Wanneer publiceert het RIVM de resultaten van de moedermelkstudie?
Welke PFAS-stoffen zijn het gevaarlijkst voor zuigelingen?
Kan ik mijn moedermelk laten testen op PFAS?
Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?
Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.
Rapport aanvragen — €9,95Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.
PFAS-locatie ontdekt?
Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.