PFAS en de Omgevingswet: regels voor grondverzet
Sinds de Omgevingswet bepalen gemeenten zelf hoe streng zij omgaan met PFAS in grond. Dit zijn de actuele normen, het handelingskader en wat het betekent voor bouw, infra en particulieren.
Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht in Nederland. Deze wet bundelt 26 oude wetten op het gebied van bodem, water, lucht en ruimtelijke ordening, waaronder de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. Twee jaar na invoering zijn de gevolgen voor PFAS-houdende grond goed zichtbaar: gemeenten zijn bevoegd gezag, het tijdelijk handelingskader is omgezet naar de nieuwe wetstructuur en het RIVM werkt door aan een definitieve normstelling die in 2026 of 2027 wordt verwacht.
Voor bouwbedrijven, aannemers, projectontwikkelaars en particulieren betekent dit dat de regels per gemeente kunnen verschillen. Wat in Amsterdam mag, mag soms niet in Helmond — en omgekeerd. In dit artikel zetten we de actuele situatie op een rij: welke normen gelden, wie waarover beslist en wat de praktische gevolgen zijn als u in 2026 grond wilt verplaatsen of laten afvoeren.
Wat is grondverzet en waarom is PFAS een probleem?
Bij vrijwel elk bouwproject komt grond vrij die ergens anders moet worden toegepast of gestort. Denk aan het graven van funderingen, het aanleggen van wegen, het verdiepen van vaargeulen of het uitbaggeren van sloten. Vóórdat die grond verplaatst mag worden, moet worden vastgesteld of de kwaliteit voldoet aan de normen voor de ontvangende locatie.
Sinds juli 2019 is PFAS standaard opgenomen in bodemonderzoek voor grondverzet. Daarvoor werd er simpelweg niet op getest. Het gevolg was dat veel projecten in het najaar van 2019 stillagen: vrijwel alle Nederlandse bodem bevat detecteerbare hoeveelheden PFAS door tientallen jaren atmosferische depositie en industriële lozingen, maar er waren nog geen werkbare regels.
Het RIVM heeft sindsdien onderzoek gedaan naar zogenoemde achtergrondwaarden en risicogrenzen. Voor PFOS is de definitieve achtergrondwaarde vastgesteld op 1,4 µg/kg droge stof en voor PFOA op 1,9 µg/kg droge stof. Voor GenX (HFPO-DA) en de overige PFAS geldt 1,4 µg/kg droge stof.
Het handelingskader: van tijdelijk naar Omgevingswet-proof
Om de bouwsector niet langer stil te leggen, stelde het Rijk in 2019 een tijdelijk handelingskader op. Dit kader is sindsdien meermaals herzien: in november 2019, juli 2020, december 2021 en het meest recent in december 2023. Die laatste versie is een ‘beleidsneutrale omzetting’ en trad op 1 januari 2024 tegelijk met de Omgevingswet in werking. Het kader regelt onder welke voorwaarden grond en baggerspecie met PFAS hergebruikt mogen worden.
Centraal staan de toepassingswaarden: dat zijn de maximaal toegestane gehaltes voor specifieke toepassingen. Voor toepassing op de landbodem boven grondwater gelden bijvoorbeeld waarden van 3 µg/kg voor PFOS, 7 µg/kg voor PFOA en 3 µg/kg voor overige PFAS. Voor diepere waterbodems en grootschalige toepassingen gelden afwijkende grenzen.
Belangrijk is dat het kader nog steeds tijdelijk heet. Het RIVM werkt sinds 2023 aan een meerjarig PFAS-onderzoeksprogramma dat tot eind 2026 loopt en mede de basis vormt voor een definitieve regeling in de Regeling bodemkwaliteit; een echt definitief kader wordt op zijn vroegst in 2027 verwacht. Tot die tijd blijft het handelingskader van kracht.
Welke normen gelden in 2026?
De combinatie van achtergrondwaarden, risicogrenzen en toepassingswaarden levert een complex normenstelsel op. Onderstaande tabel toont de belangrijkste waarden zoals die in 2026 worden gehanteerd door het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) en het RIVM.
| Stof | Achtergrondwaarde (µg/kg ds) | Toepassing landbodem (µg/kg ds) | Grootschalige toepassing (µg/kg ds) |
|---|---|---|---|
| PFOS | 1,4 | 3 | 3 |
| PFOA | 1,9 | 7 | 7 |
| GenX (HFPO-DA) | 1,4 | 3 | 3 |
| Overige PFAS (per stof) | 1,4 | 3 | 3 |
Grond met concentraties onder de achtergrondwaarde mag in principe vrij worden toegepast. Tussen achtergrondwaarde en toepassingswaarde gelden aanvullende voorwaarden, afhankelijk van het gebruik van de ontvangende locatie (wonen, industrie, landbouw of natuur). Boven de toepassingswaarde mag de grond doorgaans niet worden hergebruikt en moet zij naar een erkende verwerker.
Wat verandert er met de Omgevingswet?
De Omgevingswet brengt een aantal belangrijke veranderingen met zich mee voor het omgaan met PFAS in de bodem. De wet is erop gericht om regels eenvoudiger te maken en lokale afwegingen mogelijk te maken — met als gevolg dat de spelregels per gemeente kunnen verschillen.
Gemeente is bevoegd gezag
Onder de Omgevingswet is de gemeente in vrijwel alle gevallen het bevoegd gezag voor het toepassen van grond en baggerspecie binnen haar grondgebied. Waar voorheen de provincie verantwoordelijk was voor ernstige bodemverontreinigingen, ligt die rol nu bij de gemeente. Provincies blijven bevoegd voor enkele specifieke gevallen, zoals grondwaterverontreinigingen die de gemeentegrenzen overstijgen.
Brede zorgplicht
De Omgevingswet introduceert een specifieke zorgplicht voor de bodem. Iedereen die activiteiten uitvoert die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, moet maatregelen nemen om dat te voorkomen of te beperken. Voor PFAS betekent dit dat een initiatiefnemer ook bij waarden onder de norm moet aantonen dat hergebruik niet leidt tot een verslechtering van de bodemkwaliteit (het zogenoemde ‘stand-still-beginsel’).
Maatwerkregels en bodemkwaliteitskaart
Gemeenten kunnen via het omgevingsplan maatwerkregels stellen voor PFAS. Veel gemeenten hebben dat ook gedaan, vaak op basis van een eigen bodemkwaliteitskaart en nota bodembeheer. Zo hanteert de gemeente Amsterdam een eigen Beleidsregel PFAS, en heeft de provincie Noord-Holland een eigen Beleidsregel PFAS (versie 2026) waar gemeenten zonder eigen beleid op terugvallen. De nota bodembeheer moet uiterlijk op 1 januari 2032 volledig in het omgevingsplan zijn geïntegreerd.
Praktische gevolgen voor bouw en infra
Voor bouwbedrijven, aannemers en projectontwikkelaars heeft de combinatie van PFAS en de Omgevingswet concrete gevolgen die de doorlooptijd en kosten van projecten flink kunnen beïnvloeden:
- Bodemonderzoek is altijd nodig — bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning of melding moet bodemonderzoek inclusief PFAS worden overlegd. De analyse-eisen zijn vastgelegd in NEN 5740 en aanvullende richtlijnen.
- Grondbalans vooraf opstellen — bepaal in de voorbereidingsfase waar vrijkomende grond naartoe kan, rekening houdend met PFAS-concentraties op zowel de herkomst- als ontvangstlocatie.
- Hogere kosten — PFAS-analyses kosten al gauw enkele honderden euro's per monster, en grond die niet hergebruikt kan worden moet tegen betaling worden afgevoerd naar een erkende verwerker.
- Langere doorlooptijden — het verkrijgen van toestemming voor grondverzet kan extra weken kosten door de PFAS-toetsing en eventuele afstemming met de omgevingsdienst.
- Aansprakelijkheid in de keten — transporteurs, ontvangers en toepassers zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor naleving van de zorgplicht.
Door deze stapeling van eisen is de markt voor gespecialiseerde milieukundig begeleiders en bodemadviseurs sinds 2024 fors gegroeid.
Lokale lappendeken: zo verschillen gemeenten
Een van de grootste praktische gevolgen van de Omgevingswet is dat de PFAS-regels per gemeente kunnen verschillen. Gemeenten in regio’s met een bekende PFAS-belasting hanteren vaak strengere normen dan het landelijke handelingskader voorschrijft, terwijl andere gemeenten juist het ruimere kader volgen om bouwprojecten niet te frustreren.
Voorbeelden uit de praktijk:
- Gemeenten in de regio Westerschelde hebben te maken met de aanvoer van PFAS vanuit het 3M-complex in het Belgische Zwijndrecht; de provincie Zeeland laat in 2026 bodemonderzoek doen op 18 locaties in tien gemeenten.
- De gemeenten rond Chemours (Dordrecht, Sliedrecht, Papendrecht, Molenlanden) houden in hun bodembeleid rekening met de lokaal verhoogde GenX- en PFOA-waarden.
- In de regio Noordzeekanaalgebied geldt een gezamenlijke PFAS-bodemkwaliteitskaart (2025), zodat gemeenten dezelfde uitgangspunten hanteren.
Voor wie grond verplaatst tussen gemeenten geldt: de regels van de ontvangende gemeente zijn doorslaggevend. Het is verstandig om vooraf bij beide gemeenten en de regionale omgevingsdienst (DCMR, ODRA, ODNZKG, et cetera) te toetsen welke voorwaarden van toepassing zijn.
Wat als je PFAS-grond op je terrein hebt?
Als particulier of bedrijf kunt u te maken krijgen met PFAS als u grond wilt laten afvoeren of als u grond hebt laten aanvoeren waarvan achteraf blijkt dat deze PFAS bevat. In dat geval is het verstandig om:
- De grond te laten testen op PFAS bij een geaccrediteerd laboratorium.
- Contact op te nemen met de gemeente of regionale omgevingsdienst over de geldende toepassingswaarden en eventuele maatwerkregels.
- Bij hoge concentraties een milieuadviesbureau in te schakelen voor een formeel bodemonderzoek volgens NEN 5740.
- Het transport te laten uitvoeren door een vervoerder met VIHB-registratie.
Heeft u een moestuin en maakt u zich zorgen? Het RIVM adviseert om bij twijfel de grond te laten analyseren, zeker als u in de buurt woont van een bekende PFAS-hotspot. Voor consumptie van zelfgekweekte groenten en eieren gelden bovendien aparte adviezen op basis van EFSA-grenswaarden.
EU-restrictie en de toekomst van het normenkader
Parallel aan de Omgevingswet werkt de EU aan een breed PFAS-verbod via de REACH-verordening. Het voorstel uit 2023, ingediend door Nederland, Duitsland, Denemarken, Noorwegen en Zweden, ligt in 2026 nog ter beoordeling bij de comités RAC en SEAC van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). Een definitief besluit wordt op zijn vroegst in 2026 of 2027 verwacht, met overgangstermijnen tot 2030 of langer voor sommige toepassingen.
Voor het Nederlandse grondverzet betekent een Europese restrictie niet automatisch een aanscherping van de bodemnormen, maar wel dat nieuwe lozingen op termijn moeten worden teruggedrongen. Dat zou op lange termijn de achtergrondbelasting moeten verlagen. Op korte termijn is eerder het tegenovergestelde aan de orde: het RIVM publiceerde in 2021, na de nieuwe EFSA-grenswaarde, herziene risicogrenzen voor grond en grondwater die op verschillende plekken strenger zijn dan eerder. Wanneer deze in de regelgeving worden vastgelegd, kan meer grond als ‘verontreinigd’ worden geclassificeerd.
Houd de ontwikkelingen in uw gemeente in de gaten via de website van de regionale omgevingsdienst en het Informatiepunt Leefomgeving. En kijk op de PFAS-kaart van Nederland voor de meest actuele meetgegevens. Weet u van een locatie waar PFAS-vervuiling speelt bij grondverzet? Doe een melding zodat we de kaart kunnen aanvullen met lokale informatie.
Veelgestelde vragen
Mag ik vrij grond verplaatsen onder de Omgevingswet?
Wie is bevoegd gezag voor PFAS-grond in 2026?
Wat is het verschil tussen achtergrondwaarde en toepassingswaarde?
Geldt het tijdelijk handelingskader nog in 2026?
Wat kost een PFAS-analyse van grond in 2026?
Mogen gemeenten strengere PFAS-regels stellen dan het Rijk?
Wat als bij grondonderzoek hogere PFAS-waarden worden aangetroffen dan verwacht?
Telt baggerspecie ook onder het PFAS-handelingskader?
Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?
Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.
Rapport aanvragen — €9,95Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.
PFAS-locatie ontdekt?
Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.