Praktisch

Vis vangen en eten: PFAS-richtlijn per gebied

Vis vangen en eten: PFAS-richtlijn per gebied

Het RIVM ontraadt het regelmatig eten van zelfgevangen vis uit vervuilde wateren. Welke richtlijnen gelden per soort, per gebied en hoe verhoudt zich dat tot de EU-norm?

Sportvissers die hun vangst mee naar huis nemen, lopen in delen van Nederland tegen een onaangename realiteit aan: het zelfgevangen visje is in sommige gebieden zo sterk met PFAS belast dat het RIVM het ontraadt om er regelmatig van te eten. Vooral de Westerschelde springt eruit, maar ook in andere benedenstroomse gebieden van Rijn, Maas en Schelde duiken verhoogde gehalten op in paling, zeebaars, bot en garnalen.

De Europese Unie heeft sinds 1 januari 2023 wettelijke maximumgehalten voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS in vis, schaal- en schelpdieren. Daarnaast hanteert het RIVM consumptie-adviezen die verder gaan dan die wettelijke productnorm, omdat de Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA in 2020 de tolereerbare wekelijkse inname (TWI) drastisch verlaagde naar 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week voor de som van vier PFAS-verbindingen.

Dit artikel zet per gebied en per soort op een rij wat de actuele richtlijnen zijn (stand 2025-2026), waar de cijfers op gebaseerd zijn en welke praktische keuzes hobbyvissers en consumenten kunnen maken.

Wat zegt het RIVM over zelfgevangen vis?

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) bracht in mei 2022 een risicobeoordeling uit voor hobbyvissers in de Westerschelde, en publiceerde in mei 2024 een handreiking voor de beoordeling van PFAS in oppervlaktewater bij consumptie van vis. De kernboodschap is consistent: omdat Nederlanders al via drinkwater, voedsel en huisstof PFAS binnenkrijgen boven de TWI, moet aanvullende blootstelling via zelfgevangen producten zoveel mogelijk worden vermeden.

Voor de Westerschelde concludeerde het RIVM in het advies van 25 mei 2022 dat een portie zelfgevangen bot er hoogstens twee keer per jaar van gegeten kan worden. Voor zeebaars ligt het tussen één en zes keer, voor spiering tussen twee en vijftien keer en voor wijting tussen vier en negentien keer per jaar. De marges komen voort uit verschillen tussen meetlocaties en uit onzekerheid over zeer lage PFAS-concentraties die laboratoria niet altijd nauwkeurig kunnen meten.

Voor garnalen geldt vijf tot zes keer per jaar, voor oesters en mosselen geldt zeven keer per jaar tot twee keer per week, afhankelijk van waar ze geraapt of gekweekt worden. Lamsoor (zeegroente) blijft volgens het RIVM zonder beperking eetbaar.

EU-productnormen: wettelijk maximum versus advies

De EU stelde in Verordening (EU) 2023/915 wettelijke maximumgehalten vast voor PFAS in voedingsmiddelen. Voor vis, schaaldieren en tweekleppige weekdieren gelden afzonderlijke normen voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS én voor de som van deze vier stoffen.

ProductPFOS (µg/kg)Som 4 PFAS (µg/kg)
Visvlees (algemeen)2,02,0
Visvlees bepaalde soorten (o.a. bot, zeebaars, schol, snoek, sardine)7,08,0
Visvlees bepaalde zoetwatersoorten (o.a. paling, baars, snoekbaars, brasem, spiering)3545
Schaaldieren3,05,0
Tweekleppige weekdieren3,05,0

Producten die deze waarden overschrijden mogen niet op de markt worden gebracht. Belangrijk om te beseffen: deze norm geldt voor commerciële handel. Hobbyvissers die hun vangst zelf consumeren vallen er niet onder, maar de NVWA gebruikt de norm wel om partijen uit Nederlandse en Europese wateren te controleren.

Inspectieresultaten van de NVWA over 2024 lieten zien dat commercieel aangelande producten vrijwel altijd aan de norm voldoen: van 542 monsters met een wettelijke norm overschreed er één (een in Nederland aangelande wilde tong) de maxima voor PFOS en PFNA. In 2025 ging het om drie overschrijdingen op 809 monsters, alle drie geïmporteerde krab. Het RIVM-advies aan hobbyvissers is dus strenger dan de productnorm, omdat het uitgaat van de totale blootstelling.

EFSA-norm: waarom de TWI zo laag is

De Europese Voedselveiligheidsautoriteit stelde in 2020 een nieuwe groeps-TWI vast van 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week voor de som van PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS. Voor een volwassene van 70 kilo komt dat neer op 308 nanogram per week, ofwel zo'n 44 nanogram per dag.

De TWI is gebaseerd op een verminderde reactie op vaccinaties bij kinderen die via borstvoeding en voeding hoge PFAS-niveaus binnenkregen. Andere effecten die de EFSA noemt zijn een verhoogd cholesterolgehalte, een lager geboortegewicht en effecten op de leverenzymen. Het RIVM rapporteerde in juli 2025 dat in vrijwel alle bemonsterde Nederlanders (bijna 1.500 bloedmonsters uit 2016-2017) de bloedwaarden boven de gezondheidskundige grenswaarde uitkomen. Vervolgonderzoek met bloedmonsters uit 2025 wordt in 2026 verwacht.

Omdat de basisbelasting via drinkwater en regulier voedsel al de TWI uitput of overschrijdt, vinden RIVM en Voedingscentrum dat extra blootstelling via zelfgevangen vis uit hotspot-gebieden zoveel mogelijk moet worden voorkomen.

Westerschelde, Schelde en Zeeuwse delta

De Westerschelde is de duidelijkste hotspot. Bovenstrooms in België ligt de fabriek van 3M in Zwijndrecht (bij Antwerpen), die decennialang PFOS en aanverwante stoffen heeft geloosd. Via de getijdenstroming verspreidt het zich richting Vlissingen en de Noordzee. Provincie Zeeland houdt op haar PFAS-portaal de actuele meet- en adviespagina's bij.

Concreet voor de Westerschelde geldt:

  • Bot: maximaal 2 porties per jaar
  • Zeebaars: 1-6 porties per jaar
  • Spiering: 2-15 porties per jaar
  • Wijting: 4-19 porties per jaar
  • Garnalen: 5-6 porties per jaar
  • Oesters en mosselen: 7 per jaar tot 2 per week

De adviezen gelden alleen voor zelfgevangen of geraapte producten. Commercieel verkochte oesters en mosselen worden door de NVWA gecontroleerd op de EU-norm en mogen alleen in de handel komen als ze daaraan voldoen.

Andere binnenwateren: paling, baars en snoek

Het Voedingscentrum adviseert al jaren om zelfgevangen vis uit Nederlandse zoetwateren niet regelmatig te eten. Niet alleen PFAS, maar ook kwik, dioxines en PCB's hopen zich op in vetweefsel van vis. Vooral vette vissoorten zoals paling, snoekbaars en grote roofvissen (snoek, meerval) zijn risicogroepen.

Ook in de grote rivieren en de benedenrivieren (zoals het Hollandsch Diep en het Haringvliet) meet Rijkswaterstaat PFAS, aangevoerd via Rijn en Maas; het RIVM ontraadt vooralsnog alleen voor de Westerschelde expliciet het regelmatig eten van zelfgevangen vis. Voor wilde paling geldt al sinds 2011 een commercieel vangstverbod in vrijwel alle Nederlandse rivieren wegens dioxines en PCB's; voor PFAS komen die maatregelen er gestaag bovenop.

Op de PFAS-kaart zijn meetpunten en hotspots zichtbaar. Wie in de buurt van een industrielocatie of voormalige stortplaats vist, doet er goed aan op die kaart te kijken naar bekende verontreinigingen in de directe omgeving.

Praktische richtlijn voor hobbyvissers

Wie graag zelf vist en de vangst meeneemt, kan de PFAS-belasting beperken zonder het hobby-element op te geven. Een paar concrete tips:

Kies de juiste soort. Witvis (blei, brasem, voorn) en kleine roofvis bevatten doorgaans minder PFAS dan grote roofvissen of vette soorten als paling. Spiering en wijting scoren in de Westerschelde-data ook lager dan bot.

Eet kleinere porties, minder vaak. Het RIVM gaat uit van een portie van ongeveer 150 gram. Wie tweemaal zoveel eet, halveert de toegestane frequentie.

Verwijder vet, vel en lever. PFAS-verbindingen hopen zich op in eiwitrijk weefsel, maar ook in lever en huid. Filets ontdoen van vel en buikvet kan de blootstelling verlagen, hoewel het effect bij PFOS minder uitgesproken is dan bij PCB's.

Vermijd hotspot-gebieden. Vis bovenstrooms van bekende industriebronnen (Chemours/DuPont in Dordrecht, 3M in Antwerpen) of helemaal in onbelaste binnenmeren in Drenthe en Friesland levert lagere PFAS-blootstelling op.

Wissel af. Het algemene RIVM-advies is om zo gevarieerd mogelijk te eten en niet één bron van vis structureel te belasten. Combineer zelfgevangen vis met gekochte vis uit gecontroleerde herkomst.

Wat te doen bij een vermoeden van vervuiling

Als sportvisser, omwonende of natuurliefhebber kun je verdachte verontreiniging melden bij de regionale omgevingsdienst of waterschap. Bij vissterfte, schuim op het water of een chemische geur is de eerste stap een melding bij Rijkswaterstaat via het waterloket of bij het regionale meldpunt milieuklachten.

Op deze site kun je via een nieuwe melding ook zelf locaties toevoegen aan de PFAS-kaart, bijvoorbeeld als je weet van een lokale lozing, een oude stortplaats of een verdachte bodemingreep. Zo bouwen burgers en journalisten een aanvullend beeld op naast de officiële Rijkswaterstaat-meetdata.

Voor wie meer wil weten over de bredere context: de pagina PFAS in Nederland geeft achtergrond bij regelgeving, gezondheidsgevolgen en recente beleidsmaatregelen. Een aanvulling op het visadvies vind je in het artikel Is mijn drinkwater nog veilig? en in de uitleg over gezondheidseffecten van PFAS.

Wat verandert er in 2026?

Per 12 januari 2026 wordt de nieuwe Europese drinkwaterrichtlijn voor PFAS van kracht: drinkwaterbedrijven moeten dan voldoen aan een norm van 100 nanogram per liter voor de som van twintig PFAS-verbindingen, of 500 ng/L voor totaal-PFAS. Voor visconsumptie bestaat geen analoog Europees plan, maar de Europese Commissie werkt wel aan een bredere PFAS-restrictie onder REACH (de zogeheten universele PFAS-restrictie van Duitsland, Nederland, Denemarken, Noorwegen en Zweden).

Het RIVM publiceert in 2026 de resultaten van het landelijke vervolgonderzoek naar PFAS in bloed, op basis van monsters uit 2025. Daaruit moet blijken of de PFAS-belasting van Nederlanders daalt. De NVWA blijft jaarlijks vis, schaal- en schelpdieren op de wettelijke maxima controleren.

Naar verwachting zal het advies aan hobbyvissers de komende jaren niet versoepelen. De PFAS-belasting van rivieren en estuaria daalt slechts langzaam doordat de stoffen extreem persistent zijn. Sportvissers die hun vangst willen blijven eten, doen er verstandig aan om de adviezen per gebied en per soort regelmatig te raadplegen op de RIVM-pagina PFAS in voedsel en bij hun regionale omgevingsdienst.

Veelgestelde vragen

Mag ik zelfgevangen vis uit de Westerschelde eten?
Niet onbeperkt. Het RIVM adviseert maximaal 2 porties bot per jaar, 1-6 porties zeebaars, 2-15 porties spiering en 4-19 porties wijting. Garnalen 5-6 keer per jaar, oesters en mosselen 7 per jaar tot 2 per week. Voor lamsoor geldt geen beperking. Deze cijfers gelden voor een portie van circa 150 gram bij een volwassene.
Welke EU-norm geldt voor PFAS in vis?
Verordening (EU) 2022/2388, inmiddels opgenomen in Verordening (EU) 2023/915, stelt sinds 1 januari 2023 maximumgehalten in voor PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS in vis, schaaldieren en tweekleppige weekdieren. Voor visvlees algemeen is dat 2,0 microgram PFOS per kilo; voor soorten als bot en zeebaars 7,0 en voor paling zelfs 35 microgram PFOS per kilo. Producten boven die waarden mogen niet in de handel.
Is paling uit Nederlandse rivieren veilig om te eten?
Voor wilde paling geldt al sinds 2011 een commercieel vangstverbod in de vervuilde Nederlandse rivieren wegens dioxines en PCB's. Daarbovenop komen verhoogde PFAS-niveaus, vooral in vette weefsels. Het Voedingscentrum ontraadt het regelmatig eten van zelfgevangen paling uit Nederlandse zoetwateren.
Wat is de TWI voor PFAS?
De Europese Voedselveiligheidsautoriteit EFSA stelde in 2020 een tolerable weekly intake (TWI) vast van 4,4 nanogram per kilo lichaamsgewicht per week voor de som van PFOA, PFNA, PFHxS en PFOS. Voor een volwassene van 70 kilo is dat 308 ng per week. Volgens RIVM-bloedonderzoek (juli 2025) zit vrijwel iedere Nederlander al boven de daarvan afgeleide grenswaarde in het bloed.
Helpt vel en buikvet weghalen om minder PFAS binnen te krijgen?
Het scheelt iets, maar minder dan bij PCB's of dioxines. PFOS hoopt zich vooral op in eiwitrijk weefsel en in de lever, niet primair in vetweefsel. Het verwijderen van vel en buikvet kan de totale belasting met enkele tientallen procenten verlagen, maar maakt sterk vervuilde vis niet ineens veilig om regelmatig te eten.
Welke andere Nederlandse wateren zijn vervuild met PFAS?
Naast de Westerschelde meten Rijkswaterstaat en waterschappen verhoogde gehalten in onder meer het Hollands Diep, het Haringvliet, de Beneden-Merwede en de Maas rond Chemours Dordrecht. De NVWA bemonstert jaarlijks vis en schelpdieren op PFAS. Op de PFAS-kaart van deze site zijn bekende hotspots zichtbaar.
Mag ik commercieel verkochte oesters en mosselen wel eten?
Ja, met de gebruikelijke voorzichtigheid. Commerciële handelaren mogen alleen producten op de markt brengen die voldoen aan de EU-norm uit Verordening 2023/915. De NVWA controleert partijen. Het verschil met zelfgeraapte schelpdieren is dat hobbyvangst niet wordt gemonitord en uit hotspot-locaties kan komen.
Verandert er iets aan de regels in 2026?
Per 12 januari 2026 is de nieuwe Europese drinkwaternorm voor PFAS van kracht (100 ng/L voor som van twintig PFAS, 500 ng/L voor totaal-PFAS). Voor visconsumptie verandert de productnorm niet, maar het RIVM publiceert in 2026 de resultaten van het tweede landelijke bloedonderzoek met monsters uit 2025.
€9,95 · eenmalig

Wat is er rond je adres aan PFAS gemeten?

Alle meetpunten van waterschappen, Rijkswaterstaat en provincies binnen 10 km met de gemeten waarden per jaar, de bekende en verdachte PFAS-locaties in de buurt, het Bodemloket-dossier en kaarten. Met bronnen en uitleg wat het voor je betekent.

Rapport aanvragen — €9,95

Direct na betaling te downloaden, binnen een uur ook per e-mail. Gebaseerd op bestaande gegevens; geen nieuwe meting op je perceel.

PFAS-locatie ontdekt?

Deel je informatie zodat anderen het ook kunnen zien.

Melding maken Bekijk de kaart

Verwante artikelen